vanlan03.jpg
naampic03
Advertisement
Annes Nieuws arrow FAQ arrow Dienstenrichtlijn sociaal herschreven
spacer spacer spacer
naampic01
spacer
naampic02
Dienstenrichtlijn sociaal herschreven PDF Afdrukken
woensdag, 1 maart 2006
Een overzicht na de stemming in het Europees Parlement in eerste lezing

De Bolkesteinrichtlijn bestaat niet meer. Op 16 februari keurde de plenaire zitting van het Europees Parlement in Straatsburg met ruime meerderheid een aantal belangrijke wijzigingen aan de dienstenrichtlijn goed. Anne Van Lancker stemde bij de eindstemming vóór de gewijzigde tekst om de sociale garanties die in de richtlijn zijn gebracht te vrijwaren. Indien de tekst van het Europees Parlement geen meerderheid had gehaald was immers de onaanvaardbare tekst van Bolkestein overeind gebleven.

De tekst van het Europees Parlement heeft bovendien een evenwicht gevonden tussen twee fundamentele vereisten voor de creatie van een interne markt van diensten: de obstakels voor vestiging en vrij verkeer van diensten wegnemen enerzijds en de sociale rechten, de consumenten- en milieubescherming waarborgen anderzijds. Het Europese vakverbond en de sociale organisaties reageerden alvast verheugd op de gewijzigde tekst van het parlement.

Met deze stemming komt een voorlopig einde aan het maandenlange debat dat begin 2004 op gang is gebracht toen de Europese Commissie een ontwerprichtlijn indiende die kom af wilde maken met juridische en administratieve belemmeringen aan het grensoverschrijdende dienstenverkeer in Europa. Gelet op het belang van de dienstensector als belangrijkste economische sector in Europa, is het opzet om de administratieve rompslomp in de Europese dienstensector aan te pakken zeker lovenswaardig. Maar de manier waarop de Commissie deze vrijmaking van de dienstensector echter aanpakte, was ontoelaatbaar en bijgevolg het voorwerp van heel wat kritiek. Over deze kritiek werd hevig gedebatteerd tijdens de behandeling van het voorstel door het Europees Parlement, hetgeen er uiteindelijk heeft toe geleid dat dit parlement de tekst van de ontwerprichtlijn radicaal heeft herschreven.


Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen


1. "Gevoelige sectoren zijn uit de richtlijn geschrapt."


Het oorspronkelijke voorstel van ex-commissaris Bolkestein was van toepassing op een heel ruime waaier van diensten. Zodra er sprake was van enige vorm van economische tegenprestatie, vielen ze onder de richtlijn. Het lijstje van diensten omvatte niet alleen puur commerciële diensten (management-consultants, reclamediensten, diensten in de vastgoedsector, reisagentschappen, ...), maar ook de gevoelige gemeenschapsvoorzieningen zoals gezondheidszorg en sociale diensten (thuiszorg, kinderopvang en sociale huisvesting).

Slechts enkele uitzonderingen waren voorzien: publieke dienstverlening zonder enige vorm van economische tegenprestatie, financiële diensten, elektronische communicatienetwerken, transportdiensten voor zover die op Europees vlak al geregeld zijn en fiscaliteit.

Het Europees Parlement slaagde er nu in om een hele reeks diensten uit te sluiten van deze richtlijn:


  • Gemeenschapsvoorzieningen die niet onderworpen zijn aan concurrentie (zoals leerplicht onderwijs, justitie, politie, ...);

  • Publieke en private gezondheidszorg;

  • Sociale diensten, zoals kinderopvang, ouderenzorg en sociale huisvesting;

  • Audiovisuele diensten, zoals radio, TV en cinema;

  • Juridische diensten;

  • Gokactiviteiten, zoals loterijen, casino's;

  • Uitzendsector;

  • Veiligheidsdiensten;

  • Vervoersdiensten;

  • Havendiensten;

  • Beroepen en activiteiten die verbonden zijn met de uitoefening van het openbaar gezag (zoals notarissen, deurwaarders, ...)

Gemeenschapsvoorzieningen zoals gezondheidszorg en sociale diensten zijn dus voortaan uitgesloten van de richtlijn. Andere gemeenschapsvoorzieningen (zogenaamde "diensten van algemeen economisch belang") zoals gas, elektriciteit, water en afvalbeheer vallen nog steeds onder de richtlijn maar zijn wel uitgesloten van belangrijke delen van de richtlijn. Zo is het principe van de vrije dienstverlening in Europa niet van toepassing op diensten van algemeen economisch belang. De screening van deze diensten op het bestaan van een aantal restrictieve vereisten moet evenmin gebeuren. Voorts is het EP van mening dat de richtlijn geen liberalisering van gemeenschapsvoorzieningen, noch de privatisering van openbare diensten mag teweeg brengen. De lidstaten behouden de vrijheid om te definiëren wat zij aanzien als diensten van algemeen belang, hoe die diensten georganiseerd en gefinancierd worden en aan welke specifieke verplichtingen zij onderworpen zijn.


2. "Sociale dumping is vermeden"


Het oorspronkelijke voorstel van Bolkestein bevatte inderdaad het risico dat de bepalingen van de richtlijn, zoals het land van oorsprongbeginsel, sociale dumping mogelijk zou maken. Het Europees Parlement heeft nu duidelijk in de tekst van de richtlijn vastgelegd dat de dienstenrichtlijn geen afbreuk mag doen aan het arbeidsrecht, dwz dat alle loon- en arbeidsvoorwaarden en veiligheids- en gezondheidsreglementering moet worden gerespecteerd. De dienstenrichtlijn respecteert nu ook het recht om CAO's te onderhandelen, af te sluiten en te doen naleven. De nationale sociale zekerheidswetgeving wordt ook niet in vraag gesteld. Het recht op sociaal overleg en het recht op staking en andere collectieve acties werd eveneens in de richtlijn opgenomen. Op deze wijze wordt verzekerd dat dienstverleners alle sociale regels eerbiedigen.


3. "De detacheringrichtlijn krijgt voorrang."


Met haar voorstel wou de Commissie het land waarnaar werknemers worden gedetacheerd om er werk te verrichten voortaan verbieden om nog een aantal essentiële vereisten op te leggen (zoals het vragen van een vergunning, het afleggen van een detacheringverklaring en het hebben van een vertegenwoordiger op het grondgebied). Dit betekende dat het voor de Belgische controleautoriteiten onmogelijk zou zijn om te eisen dat de detacherende firma een vertegenwoordiger heeft in België of dat er een voorafgaandelijke detacheringverklaring werd afgenomen. De Belgische inspectie zou ook niet kunnen eisen dat de sociale documenten in België worden bewaard. Deze angst is nu verleden tijd. Het signaal van het Europees Parlement was krachtig en duidelijk: de detacheringrichtlijn moet worden gerespecteerd. Dat betekent dat bedrijven die tijdelijk werknemers ter beschikking stellen in een ander land de loon- en arbeidsvoorwaarden van dat land moeten respecteren. Bovendien is elke bepaling die de controle op de detachering door het land waarnaar werknemers worden gedetacheerd geschrapt uit de richtlijn.

Voorbeeld uit de realiteit: het verhaal Vaxholm-Laval in Zweden: In de Zweedse stad Vaxholm wou een Lets bouwbedrijf, Laval, met Letse bouwvakkers betaald tegen Letse lonen, een school bouwen. De Zweedse vakbonden blokkeerden dit, waarop het bedrijf naar de rechter stapte. De zaak ligt nu ook bij het Europese Hof van Justitie. Op basis van de detacheringrichtlijn had het bedrijf de Letse arbeiders Zweedse lonen moeten betalen. De gewijzigde dienstenrichtlijn bevestigt dit principe.

Illustratie: Het belang van detacheringverklaringen wordt in heel wat lidstaten erkend: zo bestaat er in 13 landen van de Europese Unie een systeem van voorafgaande detacheringverklaring: Duitsland (weliswaar enkel in de bouw), Oostenrijk, België (facultatieve verklaring voor detachering van max 6 mnd), Spanje, Frankrijk, Hongarije, Letland, Luxemburg, Malta, Portugal (enkel voor interimarbeid), Tsjechië, Slovenië en Nederland. Twee landen, Litouwen en Finland, overwegen momenteel een dergelijke verklaring in te voeren. De daarin opgenomen informatie betreft de contactgegevens van de werknemer, de plaats waar de dienst wordt geleverd en de contactgegevens van de afnemer.


4. "Het oorsprongslandbeginsel is geschrapt."


Een belangrijk basisbeginsel van het Commissievoorstel was het zogenaamde land van oorsprongbeginsel. Volgens dit beginsel zijn bedrijven die gevestigd zijn in om het even welke lidstaat van de EU en die in een andere lidstaat tijdelijk opdrachten uitvoeren, enkel onderworpen aan de wetgeving van hun eigen land. Voor een aantal diensten (post, water-, elektriciteits- en aardgasdistributie, ...) werd hierop wel een uitzondering gemaakt en onder bepaalde voorwaarden waren andere uitzonderingen mogelijk. Bovendien zou het land waar het bedrijf is gevestigd ook verantwoordelijk zijn voor de controle op de naleving van regels door het bedrijf, waar de dienst ook wordt geleverd.

Vanzelfsprekend was dit principe onaanvaardbaar. Het kan immers enkel werken op voorwaarde dat er in elke lidstaat een evenwaardige wetgeving voorhanden is. Bij gebrek hieraan zou dit beginsel een neerwaartse concurrentiespiraal op gang brengen. Het Europees Parlement heeft dit principe dan ook overboord gegooid. De tekst zoals die gestemd is door dit parlement zegt nu dat lidstaten het recht van dienstverleners zullen respecteren en geen overdreven of discriminerende obstakels mogen opwerpen. Voorwaarden die de lidstaten stellen aan buitenlandse dienstverleners moeten aan drie voorwaarden beantwoorden: ze mogen niet discriminerend zijn en moeten noodzakelijk en proportioneel zijn. Waar het gaat om bescherming van leefmilieu, consumenten, openbare veiligheid of openbare orde, blijven de regels van het land van ontvangst van toepassing. De controle op de naleving van de spelregels is ook weer in handen gekomen van het land waar de dienst wordt geleverd.

Het voorstel van het Europees Parlement laat weliswaar een ruime marge open voor tussenkomst van de lidstaten en van het Europees Hof, maar is mijlenver verwijderd van het oorsprongslandbeginsel. Het Europees Parlement vraagt bovendien aan de Commissie om binnen de 5 jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn een rapport voor te leggen, waarin harmoniseringvoorstellen worden gedaan.

Voorbeeld: Een Duits bouwbedrijf komt werken uitvoeren op een Belgische werf en doet hierbij een beroep op Duitse werknemers en Duits materiaal (kranen, heftrucks, bouwmateriaal...). De Duitse werknemers moeten kunnen genieten van de Belgische minimale arbeidsvoorwaarden, inclusief die overeengekomen in collectieve arbeidsovereenkomsten. Het door de Duitse bouwonderneming gebruikte materiaal mag niet meer worden onderworpen aan extra technische voorwaarden in België, indien dat al in Duitsland is gebeurd. Maar het Duitse bedrijf moet wel alle vereisten naleven die samenhangen met de werf waarop ze werkzaam zijn (zie o.m. milieuvereisten). De controle op de naleving ervan ligt in handen van de bevoegde Belgische inspectiediensten.


5. "Regels opleggen voor wie zich wil vestigen blijft mogelijk."


Met haar voorstel wil de Commissie ook de belemmeringen afbouwen voor ondernemingen en zelfstandigen die zich in een ander land van de Europese Unie willen vestigen om er diensten aan te bieden. Vooreerst voorziet zij maatregelen ter administratieve vereenvoudiging. Dat is een goede zaak, zo moet informatie voor ondernemingen en consumenten bijvoorbeeld via één elektronisch loket toegankelijk zijn.

Het voorstel voorzag echter ook dat landen hun vergunningstelsels doorlichten aan de hand van objectieve criteria en, zo nodig, hun nationale wetgeving zouden aanpassen. De achterliggende gedachte is dat lidstaten onderling hun stelsels vergelijken. De strikte toepassing van de resultaten van deze doorlichting zullen de bevoegdheden van de lidstaten uithollen, zo werd gevreesd.

Wat deze doorlichtingtest betreft, bouwt het Europees Parlement duidelijke garanties in. Zo kan elk land in het publiek belang eigen regels blijven opleggen. De lijst waarop lidstaten zich kunnen beroepen is lang en omvat onder meer de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de handhaving van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel, met inbegrip van de handhaving van een evenwichtige voor allen beschikbare gezondheidszorg, de bescherming van consumenten, werknemers en doelstellingen van sociaal beleid. 

De rapporteringsplicht, waarbij lidstaten hun bestaande vergunningssystemen moesten verantwoorden is geschrapt en doorlichting van de vestigingsvoorwaarden is slechts behouden voor een aantal specifieke restrictieve vereisten. Bovendien zijn diensten van algemeen economisch belang - voor zover die al niet volledig zijn uitgesloten van de richtlijn - dan nog eens zijn vrijgesteld van deze doorlichting.


En wat nu?


Het huiswerk van het Europees Parlement zit er voorlopig op. Het is nu de beurt aan de Commissie en de Raad om zich te buigen over het grondig herschreven voorstel voor een dienstenrichtlijn. De Europese Commissie en het Oostenrijkse voorzitterschap van de Europese Raad hebben alvast toegezegd rekening te zullen houden met het krachtige signaal van het Europees Parlement. Na consultatie van de Europese sociale partners zal de Europese Raad op de lentetop van 23 en 24 maart haar politiek standpunt vastleggen. De Europese Commissie zal tegen eind april een gewijzigde versie van de dienstenrichtlijn neerleggen, waarover de Raad Competitiviteit zich zal buigen. Daarna krijgt het Europees Parlement nog een tweede keer de kans om het voorstel te beoordelen.

Een van de belangrijkste strijdpunten blijft in elk geval het veiligstellen van de zogenaamde “diensten van algemeen economisch belang”. Omwille van hun specifieke opdracht van openbare dienstverlening kunnen zij immers niet op dezelfde manier worden behandeld als puur commerciële diensten. Zij moeten toegankelijk en betaalbaar blijven voor iedereen, of het nu gaat om de toevoer van water, het verwerken van afval of het genieten van gezondheidszorg of thuiszorg. Een aparte Europese kaderwet moet deze specifieke kenmerken van de publieke dienstverlening bevestigen en garanties geven voor de continuïteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van deze diensten.

We moeten ook actie ondernemen op de thema’s die door het Europees Parlement uit de dienstenrichtlijn zijn gehaald. Zo verhinderde het parlement dat de controle op de detachering onmogelijk gemaakt wordt door de dienstenrichtlijn. Dit neemt echter niet weg dat we het gebrek aan controles op het terrein en de gebrekkige administratieve samenwerking tussen inspectiediensten in Europa moeten aanpakken, bijvoorbeeld door de oprichting van een "sociale europol", een Europees netwerk van arbeidsinspecties.

Een gelijkaardige boodschap dringt zich op voor de uitzendsector. Deze sector uitsluiten van deze richtlijn moet meteen het signaal zijn om de misbruiken eens serieus aan te pakken. Hierbij moeten we o.m. ervoor ijveren om het op de Raad geblokkeerde voorstel voor een richtlijn over de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten terug op de politieke agenda te krijgen.

Een sociaal herschreven dienstenrichtlijn is inderdaad niet voldoende. Er moeten nog heel wat initiatieven worden genomen om een sociaal Europa op te bouwen.

spacer
Annes Nieuws
FAQ
Biografie
Links
Zoeken
Nieuwsbrief
Fotogalerij
Contact
PES

hartgentblog

spablogt
spacer spacer spacer spacer spacer spacer
spa