|
Het
voorstel van de Europese Commissie over de vrijmaking van de
dienstensector, is een slecht voorstel. De Bolkesteinrichtlijn wil
alle diensten in de Europese lidstaten open stellen voor de vrije
markt en daar is sp.a op zich niet tegen. Alleen is dit niet
de goede manier. Europa is niet klaar voor een vrijmaking van de
dienstensector op de manier die Bolkestein wil.
Q&A
- dienstenrichtlijn
Het
voorstel van de Europese Commissie over de vrijmaking van de
dienstensector, is een slecht voorstel. De Bolkesteinrichtlijn wil
alle diensten in de Europese lidstaten open stellen voor de vrije
markt en daar is sp.a op zich niet tegen. Alleen is dit niet
de goede manier. Europa is niet klaar voor een vrijmaking van de
dienstensector op de manier die Bolkestein wil.
De
richtlijn is een draak van een tekst en probeert alles te vatten in
63 pagina's. Juristen breken hun tanden stuk op de mogelijke
gevolgen voor de lidstaten, maar raken er niet uit.
Sp.a
vindt dat de richtlijn in de eerste plaats op veel te veel sectoren
van toepassing is. Daarenboven is het basisprincipe (het
land-van-oorsprong-beginsel) onaanvaardbaar, gelet op de gebrekkige
harmonisatie van de verschillende soorten wetgeving rond diensten in
de Europese lidstaten. Het voorstel zal ook de bevoegdheden van de
lidstaten uithollen als de erkennings- en vergunningscriteria te
strikt worden toegepast. Ten slotte kan sp.a deze tekst niet
steunen omdat ze vaak haaks staat ten opzichte van andere (al
bestaande) Europese regelgeving. Meer nog, de dienstenrichtlijn
haalt bepaalde Europese regels onderuit en ondergraaft zelfs bepaalde
punten uit het Verdrag.
Sp.a
vroeg eerder al aan de nieuwe Europese Commissaris voor de Interne
Markt Charly McCreevy om het voorstel van zijn voorganger Bolkestein
in te trekken en met een nieuwe tekst op de proppen te komen.
McCreevy weigerde.
Indien
er een dienstenrichtlijn komt, zal dat een herschreven en sociaal
gecorrigeerde tekst zijn, die de sociale verworvenheden van de mensen
in Europa respecteert. Socialisten hebben zich altijd sterk ingezet
voor de uitbouw van een sterke Europese Unie. Wij willen een Europa
dat in het verlengde ligt van ons maatschappijmodel. We spreken dan
van een Europa waar de interne markt en de economische unie ten
dienste staan van de mensen. De Europese instellingen moeten met
dezelfde inzet waarmee ze voor de vrije markt ijveren, vechten voor
een sociaal en solidair Europa.
VOORGESCHIEDENIS
Waarom
lanceert de Europese Commissie zo'n verregaande richtlijn?
Het
voorstel van een dienstenrichtlijn probeert een allesomvattende
richtlijn te zijn. Volgens Bolkestein moet zijn tekst het orgelpunt
worden van de Europese economische integratie, een volledige interne
markt. Hoe je het echter ook draait of keert, het is nog veel te
vroeg om al te spreken over vervolledigen van de interne markt. De
Europese Unie is nog in volle groei op dit moment, vooral
institutioneel. Hebben we niet onlangs de grootste uitbreidingsfase
ooit gehad? Hebben we niet, nog recenter, gezien hoe Europa groen
licht gaf om op termijn te gaan praten met Turkije over mogelijke
toetreding? Is Europa dus af? Conclusie is nee. Europa is niet
klaar voor een orgelpunt van interne markt.
Zijn
we tegen de vrijmaking van de dienstensector?
Laat
ons eerlijk zijn: het opzet van de richtlijn is niet slecht. Noem het
gerust lovenswaardig. De dienstensector ís de meest
belangrijke economische sector in Europa. Cijfers spreken boekdelen:
zowat 70% van onze economische omzet vloeit voort uit het verlenen
van diensten. Bovendien kennen we inderdaad vandaag nog veel te veel
administratieve moeilijkheden in de dienstensector. Mensen kunnen
niet zomaar hun diensten aanbieden in een ander land. Een traiteur
uit Gent kan niet zomaar een feestmaal gaan verzorgen in Parijs met
zijn eigen personeel. Te veel administratieve rompslomp.
Kadert
de dienstenrichtlijn in het Lissabon-proces?
Volgens
Bolkestein is de vrijmaking van de dienstensector onontbeerlijk voor
de EU om de Lissabon-doelstellingen te bereiken. Vijf jaar terug
spraken de (toen nog) 15 lidstaten van de EU onder elkaar af om
binnen tien jaar van Europa de meest competitieve kenniseconomie ter
wereld te maken. Drie pijlers moesten dat proces steunen:
economische groei, werkgelegenheid en sociale samenhang. Duurzame
ontwikkeling werd daar achteraf nog bijgevoegd. Vijf jaar later
blijkt dat er nog heel wat werk voor de boeg staat. Daarenboven is
sinds de befaamde Lissabon-top heel wat veranderd in het politieke
klimaat van de EU. Stel je Bolkestein dus alsjeblieft niet voor als
een koene ridder die de verschillende pijlers uit het Lissabon-proces
met zich meedraagt en de EU recht vooruit richting
Lissabon-doelstellingen wil loodsen. Bolkestein (en de ideeën
uit zijn voorstel) staat op de Europese agenda sinds maart 2003. De
lente van 2003 was de lente van Aznar in Spanje (Azorentop) als
hoogtepunt van de heersende conservatieve politieke conjunctuur
overal in Europa. Ook het Lissabon-proces ondervond dat. Het
oorspronkelijke trio van Lissabon (groei, werkgelegenheid, sociale
samenhang) zonk weg in een 'tandem van hoop' voor liberalen:
economische groei en werkgelegenheid. Enkel die tellen voor
Bolkestein. Liberaliseren en hopen dat de markt zijn werk doet. De
sociale poot van het Lissabon-proces werd afgezaagd. Lees er
trouwens maar eens het Kok-rapport (evaluatie van Lissabon na 5 jaar)
op na!
INHOUD
& sp.a-KRITIEK
Hoe
staan we tgo. het idee van administratieve vereenvoudiging uit het
voorstel?
Administratieve
vereenvoudiging staat centraal in de plannen van de Europese
Commissie. De dienstenrichtlijn wil door het afbouwen van de
administratieve rompslomp vrijheid van vestiging bekomen. Vrijheid
van vestiging moet er volgens Bolkestein komen door een uniek loket
in elke lidstaat, waar iedere dienstverlener zich kan inschrijven.
Geen probleem daarmee, want in een geïnformatiseerde samenleving
is e-government inderdaad een van de meest efficiënte
hulpmiddelen voor de mensen geworden. Alleen, dat ene loket voor
dienstverleners moet dan wel werken. En dat is niet zo
vanzelfsprekend. De Kruispuntbank voor Ondernemingen, in februari
2003 geactiveerd in België, is tot op vandaag niet meer dan een
goede eerste oefening geweest. Het e-loket voor diensten zou
praktischer, duidelijker en vooral veel efficiënter moeten
verlopen dan de Kruispuntbank. Hoe dat precies in te vullen, daar is
het voorstel van Bolkestein toch wel heel vaag over.
Moet
de tekst van Bolkestein dan volledig verdwijnen voor sp.a?
Er
zijn een aantal ideeën uit de tekst van Bolkestein die op zijn
minst het vermelden waard zijn. Het doel, de vrijmaking van de
dienstensector, is zeker interessant, maar de ingeslagen weg is niet
de juiste. Er zijn nog obstakels op de interne markt, maar
Bolkestein heeft de borden van de wegomlegging verkeerd gezet. Wie
droomt niet van een overheid - of het nu Vlaanderen, België of
Europa is - die efficiënt werkt, die klantvriendelijk en
overzichtelijk gestructureerd is? Als je echter met je neus in de
dagdagelijkse praktijk van de Europese Unie zit, zie je dat de ideeën
in de tekst van Bolkestein soms van een andere planeet lijken te
komen. Bolkestein schrijft zijn tekst vanuit een andere realiteit.
De waarheid kwetst misschien, beste Fritz, maar de Europese Unie is
niet klaar voor de vrijmaking van de dienstensector én zeker
niet op jouw manier. Sp.a heeft heel wat bedenkingen
en kritieken bij het voorstel.
Hoe
ver wil Bolkestein de vrijmaking van de dienstensector drijven?
Het
toepassingsgebied van de tekst is haast onuitputtelijk. Bijna alle
denkbare sectoren van dienstverlening worden opgesomd. Uitzondering
is de publieke dienstverlening die de overheid - zonder enige vorm
van economische tegenprestatie - verricht in het kader van de
culturele, sociale, gerechtelijke en opvoedkundige taak. Het is een
draak van een stelling, maar bijna letterlijk afkomstig uit de tekst.
Wat nu precies bedoelt wordt als uitzondering, is ook onder
specialisten voer voor discussie en onduidelijkheid. Ook niet:
financiële dienstverlening, vervoerdiensten (stedelijk vervoer
en havendiensten en voor zover geregeld door andere communautaire
besluiten), elektronische communicatienetwerken en -diensten (als ze
in de specifieke richtlijn van 2002 opgenomen zijn).
Het
toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn heeft dus ook een aantal
uitzonderingen?
Let
vooral op het verraderlijke woordgebruik van de Europese Commissie.
Naast een opsomming van diensten waarop de tekst wél van
toepassing zou zijn, volgt - bijna ter compensatie, als een soort
pijnstiller of goedmakertje van de Commissie zelf - een uitgebreide
lijst van diensten (voornamelijk diensten die door de overheid
verzorgd worden) die niet onder de Bolkestein-richtlijn zouden
vallen. Maar laat je niet misleiden. De uitzonderingen worden niet
noodzakelijk gevrijwaard van de liberaliseringdrift van de Europese
Commissie. Heel wat van de opgesomde uitzonderingen worden ofwel
door eerdere of door toekomstige communautaire richtlijnen
vrijgemaakt. Of dacht je dat de havenrichtlijn in principe iets
anders beoogt dan het voorstel van Bolkestein?
|
Wat
valt onder Bolkestein?
|
Wat
NIET
|
Wat
mag in geen geval v sp.a?
|
|
consultancy
|
publieke
dienstverlening die de overheid - zonder enige vorm van
economische tegenprestatie - verricht in het kader van de
culturele, sociale, gerechtelijke en opvoedkundige taak
|
gezondheidszorg
|
|
reclame
|
sociale
diensten
|
|
promotie
|
onderwijs
|
|
aanwerving
|
culturele
diensten
|
|
commercialisering
|
financiële
dienstverlening
|
arbeidsbemiddeling
|
|
veiligheid
|
transportsector,
voor de zaken die geregeld worden door andere communautaire
besluiten (wel: geldtransport en lijkenvervoer
|
uitzendarbeid
|
|
juridisch
advies
|
vervoer
|
|
immobiliën
|
distributie
(gas, water, elektriciteit)
|
|
bouwactiviteiten
|
elektronische
communicatienetwerken
|
fiscaliteit
|
|
architecten
|
privé-bewaking
|
|
distributie
|
havendiensten
|
veiligheidsdiensten
|
|
evenementen
|
stedelijk
vervoer
|
loterij
|
|
autoverhuur
|
|
|
|
gezondheidszorg
|
|
|
|
zorgactiviteiten
|
|
|
|
toerisme
|
|
|
|
audiovisuele
diensten
|
|
|
|
ontspanning
|
|
|
|
sportcentra
|
|
|
|
reisbureaus
|
|
|
Bewijst
deze richtlijn dat Europa meer een economisch dan sociaal beleid
voert?
De
Europese Commissie gaat uit van een gevaarlijke redenering. De tekst
van Bolkestein ondersteunt een principe dat nog verder gaat dan het
liberale 'laissez-faire'. De markt volledig zijn gang laten gaan, de
lidstaten achterlaten met een gigantische rechtsonzekerheid, de
verantwoordelijkheid schuiven op de dienstverleners zelf, ... Dit is
geen passieve 'laissez-faire', maar een actieve, agressieve vorm van
liberaliseren en vrijmaken: "laat maar los, we zien wel waar we
uitkomen...." Pure afbraakpolitiek, niemand weet waar we
uitkomen!
Wat
is nu het grootste probleem voor sp.a met de Bolkestein-tekst?
Onduidelijkheid
en rechtsonzekerheid. Niemand weet waar we zullen landen met deze
open richtlijn. Onduidelijkheid troef bij het toepassingsgebied van
de richtlijn. De transportsector zit er niet in, vervoer met lijken
en geld wel, openbaar stadsvervoer niet, autoverhuur wel weer,
distributiesector ook, .... Hoe leg je dit in godsnaam aan een
normaal mens uit? En bovendien: hoe pas je dit toe in een complex
land als België? Er wordt in de dienstenrichtlijn weinig of
geen rekening gehouden met hoe elke lidstaat zijn
gemeenschapsdiensten organiseert. Wat gebeurt er met de
geregionaliseerde bevoegdheden? De Lijn, MIVB en Tec: moeten ze
straks concurrenten worden? Onzeker en onduidelijk, zoals het
grootste deel van de teksten van Bolkestein. Voor iedere jurist een
pak hoofbrekens.
Is
een kaderrichtlijn voor diensten algemeen belang een betere
oplossing?
Het
is een noodzakelijke stap vooraleer je kan beginnen aan verdere
vrijmaking van de dienstensector. Sp.a is tegen
afbraakpolitiek. Al sinds jaar en dag heeft onze partij er bij de
Europese Commissie op aangedrongen dat er een kaderrichtlijn voor
diensten van algemeen belang werd voorgesteld. Dat is opbouwende,
constructieve wetgeving, want in zo'n richtlijn zou voor eens en voor
altijd duidelijk gesteld worden welke diensten nooit aan
concurrentieregels zullen worden onderworpen. Welke diensten zijn zo
belangrijk voor de mensen dat de markt er geen vrij spel mag krijgen?
Een kaderrichtlijn: meer duidelijkheid, minder rechtsonzekerheid,
positieve wetgeving. De Europese Grondwet zou voor een stuk die
diensten van algemeen belang beschermen, maar door de onzekere
toekomst van dat document, wil sp.a eerst zekerheid. Nota bene, vaak
worden begrippen als ‘diensten van algemeen belang’,
‘gemeenschapsvoorzieningen’, ‘diensten van algemeen nut’, ...
door elkaar gebruikt. In wezen omschrijven ze allemaal min of meer
hetzelfde type diensten.
Wat
is het principe van land van oorsprong uit de dienstenrichtlijn?
De
grootste onzekerheid in de richtlijn zit in het
oorspronglandprincipe. Elke dienstverlener kan zijn diensten
aanbieden in een ander land en blijft in principe onderworpen aan de
regels van zijn thuisland. Dat is de betekenis van het beginsel van
land van oorsprong. Simplistisch en heel gevaarlijk! Want wie kan
garanderen dat firma's niet zullen overschakelen op het systeem van
brievenbusvennootschappen. Een kuisfirma voert haar diensten uit in
Brussel, maar heeft haar postadres in Parijs, want (hypothetisch) dat
er in Frankrijk bijkomende fiscale voordelen zouden gelden voor
kuisbedrijven. Diensten uitvoeren in België, maar postadres in
een ander land? Het gevaar van een sneeuwbaleffect - of noem het een
postbuseffect - is groot.
Zijn
er dan geen uitzonderingen voor het oorspronglandprincipe?
Het
beginsel van land van oorsprong geldt niet altijd, zegt de
ontwerprichtlijn van de Europese Commissie en ze somt meteen een
breed gamma op van uitzonderingen op het beginsel. Vrijwel elke
ideologische stroming in Europa - en dat over de partijpolitieke
grenzen heen, leerden we uit verschillende hoorzittingen het voorbije
jaar in het Europees Parlement - is er van overtuigd dat de
formulering van het oorspronglandprincipe en de daarbij horende
uitzonderingen meer rechtsonzekerheid creëert dan
rechtszekerheid. Je kan toch geen wetgeving goedkeuren als je niet
weet waar het toe zal leiden? Hypothetisch voorbeeld: een Brussels
ziekenhuis, een Hongaarse plastisch chirurg en een braaf Vlaams
huisvrouwtje dat die vervelende vetrolletjes onder handen wil laten
nemen. Ramp o ramp, de operatie mislukt, dokter Kovacs keert terug
naar Boedapest en het huisvrouwtje herstelt thuis. Klacht indienen
tegen Kovacs? Vergeet het, want de termijn om een klacht in te
dienen tegen een chirurg in Hongarije is slechts 6 maanden, terwijl
je in België 2 jaar tijd hebt om klacht in te dienen. Pas veel
later komt ons Vlaams huisvrouwtje dit te weten. Weg proces, weg
schadevergoeding. Na de fysieke ellende, een tweede klap. Is dit
simplistisch voorgesteld? Misschien, maar het kan ook met een
moeilijker woord: gebrek aan harmonisatie van de verschillende
nationale regelgevingen.
Kan
het beginsel van land van oorsprong ooit werken?
Het
oorspronglandbeginsel kan slechts werken als er in elke Europese
lidstaat over de grenzen heen een gelijkvormige of evenwaardige
wetgeving bestaat. Hetzelfde liedje keert terug, geen deregulering
als je niet eerst voor een voldoende (en kwalitatief hoogstaande)
geharmoniseerde wetgeving hebt gezorgd in de lidstaten. Cru gesteld:
het oorspronglandbeginsel mag enkel gelden in die sectoren en tussen
die lidstaten waar een gelijkwaardige wetgeving bestaat. De
formulering die in het voorstel van Bolkestein staat, is gevaarlijk,
onverstandig en vooral heel onduidelijk.
Welk
gevaar schuilt precies in het gebrek aan harmonisatie van
regelgeving?
Gebrek
aan harmonisatie kan een neerwaartse concurrentiespiraal op gang
trekken. Dienstverleners banen zich een weg door het kluwen aan
verschillende wetten in de lidstaten en vestigen zich waar ze best
beschermd zijn en de beste voorwaarden hebben op vlak van sociale
voorwaarden, milieuregels en fiscale plichten. Waar betaal ik minst
belasting? Waar kan ik meest kosten besparen op mijn werknemers?
Lidstaten pikken daar op in en zullen - als ze zien dat heel wat
dienstverleners uit deze of gene sector wegtrekken - hun eigen
regelgeving iets soepeler maken. In eenzelfde land zullen
verschillende regelgevingen op gelijkaardige dienstverleners
toegepast worden, afhankelijk van het land waar ze gevestigd zijn.
Kwaliteitsverlaging heet zoiets. Dumping ook.
Is
de dienstenrichtlijn in overeenstemming met de (bestaande)
detacheringrichtlijn?
Het
probleem van detachering of ‘het tijdelijk ter beschikking stellen
van werknemers uit een andere lidstaat’ legt de pleister op de
wonde. Voor sp.a, is niet de vrijmaking van de
dienstensector het probleem. Sp.a is voorstander van
een interne Europese markt. Maar die markt moet er wel klaar voor
zijn. Eerst moet je toch op zijn minst zeker zijn dat administratie,
overheid en wetgeving van de verschillende lidstaten op elkaar zijn
afgestemd. Inspecteurs die werknemers controleren, klagen nu al
steen en been dat er tussen de lidstaten op gebied van sociale
controle meestal geen enkele vorm van samenwerking is. Vragen over
een Litouwse kuisvrouw worden dikwijls zelfs in het Litouws
beantwoord. Begrijpen wie begrijpen kan. Wat als de dienstensector
volledig zou worden geliberaliseerd? Pure chaos op gebied van
sociale controle waarschijnlijk. Geen samenwerking en geen
harmonisatie = geen vrijmaking van de markt, is dan ook de logische
stelling van sp.a. Van een dienstenrichtlijn kan dan
ook enkel sprake zijn, als die rekening houdt met alle bepalingen uit
de al bestaande detacheringsrichtlijn. Die Europese richtlijn
bepaalt aan welke criteria een werknemer moet voldoen als hij of zij
tijdelijk in een andere Europese lidstaat wil gaan werken.
Houdt
de dienstenrichtlijn ook gevaar in voor de soevereiniteit van de
lidstaten?
De
Europese Commissie dreigt met de dienstenrichtlijn ook een van de
heilige huisjes van Europa onderuit te halen, het
subsidiariteitprincipe. "Wat we zelf kunnen, doen we beter,"
is altijd het argument geweest van de lidstaten. De Commissie zet
dit principe met dit controversiële voorstel op de helling. Als
de Bolkestein-richtlijn wordt aangenomen, moeten de lidstaten tegen
2009 een lijst hebben opgesteld van alle erkenningsvoorwaarden,
vergunningscriteria en wettelijke bepalingen in hun land waar
dienstverleners in alle sectoren zich moeten aan houden. Die
screenings worden onderling tussen de lidstaten vergeleken in
een soort matrix. Dan wordt bepaald welke regels als discriminerend
of belemmerend voor de vrije markt kunnen gezien worden. Kan een
lidstaat deze of gene regel onvoldoende verantwoorden, moet die
eruit. De bevoegdheid van de lidstaten wordt op die manier fors
uitgehold. Bovendien dreigen heel wat sociale voorwaarden als
discriminerend of belemmerend te worden gezien (daarover later meer).
Is
subsidiariteit een goed argument tegen de dienstenrichtlijn?
Subsidiariteit
is altijd een gepaste dooddoener geweest voor de Europese Commissie
en de verschillende lidstaten en valt als argument voor sp.a
ook te licht uit. Het is niet slecht dat de Europese Commissie het
heft in handen neemt en meer Europese regelgeving voorstelt. Dat is
zelfs goed. Maar we blijven erbij: het moet wel gaan om
constructieve regelgeving en geen afbraakpolitiek. Europese
regelgeving over dienstverlening bijvoorbeeld moet er in de eerste
plaats voor zorgen dat er een hoge kwaliteit aan dienstverlening
wordt gegarandeerd. De Bolkestein-tekst doet dit niet! Wel
integendeel, het is de lidstaat die de laagste kwaliteitsgarantie
heeft, die het grootste voordeel haalt uit een vrijmaking van de
dienstensector op de manier die Bolkestein voorstelt.
Die
screening kan toch ook nuttig zijn voor de administratieve
vereenvoudiging?
Administratieve
vereenvoudiging is een goede zaak. Daar blijft sp.a
achter staan. Het feit dat lidstaten een screening moeten
maken van hun erkenningsvoorwaarden en vergunningscriteria voor
dienstverleners kan heel nuttig zijn, vooral voor de dienstverleners
zelf. Alleen, in de context van de Bolkestein-richtlijn worden de
resultaten van die screening op een bijna perverse manier
misbruikt. De verschillen in wetgeving tussen lidstaten worden
uitvergroot in plaats van opgevuld en landen met de voordeligste (en
vaak laagste kwaliteit) regelgeving krijgen het voordeel van de
twijfel. Een neerwaartse spiraal dus, race to the bottom,
afbraakpolitiek!
Zullen
Poolse loodgieters ons land overspoelen door de dienstenrichtlijn?
Geluk
bij een ongeluk, in het oorspronglandprincipe is een uitzondering
voorzien: de detacheringrichtlijn. Concreet komt het erop neer dat
firma's die in een andere lidstaat tijdelijk diensten gaan uitvoeren
met eigen werknemers, wel aan de arbeidsvoorwaarden van het land waar
de dienst wordt uitgevoerd zullen moeten voldoen. Een voorbeeldje:
De firma Kok uit Rotterdam gaat schilderen bij Herr Heinz in Berlijn.
In het zog van Kok komen zes Nederlandse schilders mee. Die zullen
de minimum-arbeidstijd, de rustperiodes, de vakantiedagen en het
minimumloon van hun Duitse collega-schilders moeten naleven. Pas dus
op met verhaaltjes over Poolse kuisvrouwen die de West-Europese
lidstaten zullen overspoelen en hier komen kuisen voor 3 euro per
uur. Het is een drogreden en kan alleen maar in het nadeel van
tegenstanders van de dienstenrichtlijn uitdraaien, wegens niet juist.
Schuif deze drogreden dus niet op de dienstenrichtlijn.
Voorziet
de dienstenrichtlijn ook betere samenwerking bij sociale inspectie?
Zo
rooskleurig blijft het echter niet. Opnieuw dreigt België een
van de grote slachtoffers te worden van enkele specifieke bepalingen
in de Bolkestein-richtlijn. Probleem: de Belgische wetgeving is op
vlak van sociale inspectie veel strenger dan wat Bolkestein verwacht.
Als de Europese richtlijn er door komt, is er dus geen sprake meer
van specifieke Belgische verplichtingen als een vereiste
detacheringverklaring en een verplichte contactpersoon van de vreemde
firma in ons land. De werknemers moeten dan wel voldoen aan de
arbeidsvoorwaarden van het gastland, maar hoe kunnen we dat
controleren? Hoe is sociale controle nog mogelijk als er geen
contactpersoon te vinden is? Uitholling noemen we dat!
Afbraakpolitiek! Wat het grote verschil is tussen afbraakpolitiek
van de Europese Commissie en constructieve wetgeving van sp.a bewijst
het sp.a-voorstel om een Europees netwerk van
arbeidsinspectiediensten op te richten, een soort Sociale Europol.
Op die manier komen de verschillende diensten uit Europa rond één
(eventueel virtuele) tafel te zitten en zal uitwisselen van gegevens
en opsporen van misbruiken veel vlotter verlopen. Het sp.a-voorstel
kreeg intussen al een meerderheid van het Europees Parlement achter
zich. Aan de Europese Commissie nu om de volgende stap te zetten.
Op
welke punten botst de dienstenrichtlijn met al bestaande Europese of
internationale wetgeving?
Een
juridisch kluwen. Bijna te veel om op te noemen. Als je het
voorstel voor richtlijn leest, frons je keer op keer de wenkbrauwen
voor de rare gedachtekronkels in de tekst. Bolkestein breekt meer
dan eens met de bestaande Europese wetgeving. Zo gaat het
oorspronglandbeginsel lijnrecht in tegen de internationale regels
over privaatrecht. De Rome I en II Conventies, internationale
overeenkomsten over arbeidscontracten en consumentencontracten,
bepalen dat normaliter het recht van het land waar de werknemer
werkzaam is, doorslaggevend is. Wat consumentenbescherming betreft
is trouwens in het internationaal recht de plaats waar eventuele
schade aan de consument is berokkent van belang als je wil bepalen
wie in overtreding is. En dus ook telkens de wetgeving van dat land.
Het oorspronglandbeginsel draait die redenering compleet om. En dat
is nog niet alles. De voorstellen uit de dienstenrichtlijn gaan ook
lijnrecht in tegen de richtlijn over openbare aanbestedingen (waar
nationale regels gelden) en tegen de afspraken die gemaakt zijn over
beroepskwalificaties (waar bij de erkenning van beroepen het
bestemmingslandbeginsel geldt). Nog niet genoeg contrast? Volgens
Bolkestein hoort ook de dienstverlening voor mensen die zelf de grens
over steken op zoek naar een dienstverlener (een Vlaams vrouwtje wil
haar borsten laten bijwerken en steekt daarvoor de plas over naar het
VK. Wat als de operatie mislukt?) thuis bij de dienstenrichtlijn.
Sp.a zegt neen, betaling van in het buitenland
verkregen medische verzorging hoort thuis bij de Europese regelgeving
over coördinatie van sociale zekerheidsrechten. Klinkt
logischer, toch?
WELKE
SECTOREN WORDEN BEDREIGD DOOR DE DIENSTENRICHTLIJN?
Op
welke manier worden uitzendkantoren bedreigd door de
dienstenrichtlijn?
In
België zou vooral de uitzendsector bedreigd worden door de
bepalingen uit de Bolkestein-richtlijn. In België moeten
uitzendkantoren vooraleer ze erkend worden, een storting in een
sociaal waarborgfonds beloven (als bescherming van werknemers bij een
faillissement). ... Als België een screening maakt van
zijn erkennigsvoorwaarden voor uitzendkantoren, zal dat door de
Europese Commissie ongetwijfeld als discriminerend en belemmerend
gezien worden. De Belgische sociale clausule die werknemers van een
failliet bedrijf beschermt, komt zo onder druk te staan. Nederlandse
interim-kantoren kunnen hun diensten hier zonder die bijkomende
voorwaarden komen leveren. De deuren staan wagenwijd open voor
malafide dienstverlening door louche kantoren.
Nog
een voorbeeldje uit de interim-sector? Een Belgisch uitzendkantoor
moet verplicht een handelsvennootschap zijn. Dit houdt veel
bijkomende verplichtingen in op vlak van kapitaal en
aansprakelijkheid. Weg daarmee, zullen de andere lidstaten zeggen.
Hier zijn we met onze goedkopere uitzendkantoren. Want ook hierin
verliest elke lidstaat veel van zijn soevereiniteit. Door het 'peer
review'-beoordelingssysteem zal elke lidstaat commentaar kwijt
kunnen op de vergunningscriteria van andere lidstaten. Worden die
als te belemmerend of discriminerend beschouwd, weg ermee! De
sociale gedachte achter het waarborgfonds voor interim-kantoren wordt
gewoon weggelachen. Hoe minder sociale ballast, hoe liever, lijkt de
overheersende gedachte.
In
zo'n systeem bestaat het risico dat andere lidstaten ‘onze’
erkenningcriteria als zwaar belemmerend zullen beschouwen. De druk
om die terug te schroeven zal verschroeiend werken. Een voorbeeldje:
6 jaar geleden besloot Nederland om het licentie(erkennings)systeem
voor uitzendkantoren af te schaffen. Die sector is rijp genoeg voor
de vrije markt, dachten de autoriteiten. Heel recent zijn onze
noorderburen teruggekeerd op hun beslissing. Reden? Teveel fraude
door malafide arbeidsbemiddelaars. Door het gebrek aan
reglementering en goed sluitende controle waren er in 2003 in
Nederland 6700 grijze interim-bedrijven, die ongeveer 100.000
werknemers tewerkstellen. Samen zouden ze jaarlijks voor om en bij de
150 miljoen euro aan belastingen en sociale bijdragen omzeilen.
Op
welke manier bedreigt Bolkestein onze gezondheidszorg?
Het
opnemen van de gezondheidszorg in het voorstel van Bolkestein, zou
wel eens de grootste etterbuil uit de tekst kunnen zijn. We toonden
eerder al aan dat heel wat sectoren simpelweg niet klaar zijn voor
vrijmaking. Bovendien kunnen voor sp.a een aantal
sectoren, diensten van algemeen belang sowieso niet door de
liberaliseringsbeugel. Bolkestein ziet de verzorging en verpleging
van zieke mensen als een klassieke, commerciële dienst.
Nochtans staat in het EU-verdrag duidelijk dat iedere lidstaat
patiënten een hoogstaande en kwaliteitsvolle zorgverpleging moet
garanderen in een financieel levensvatbare gezondheidszorg. Toch wel
heel strenge eisen om die sector zo maar los te laten op de vrije
markt. Zorg voor en verpleging van zieke mensen zijn geen klassieke,
commerciële diensten als het smeren van een broodje kaas of het
vervoeren van soep!
Gezondheidszorg
staat in de Bolkestein-richtlijn, dus zou ook hier het vrij
vestigingsrecht gelden. "In het kader van administratieve
vereenvoudiging," is de uitleg van de Commissie. Nog eens: sp.a
heeft geen probleem met administratieve vereenvoudiging en het
invoeren van een e-loket (uniek loket) voor het afhandelen van de
administratieve procedures. Maar sp.a heeft de
allergrootste moeite met het feit dat het vrij vestigingsrecht ook
inhoudt dat ons land een screening moet doen van alle
vergunningscriteria en erkenningscriteria voor artsen en
ziekenhuizen, voor chirurgen en praktijken, voor verplegers en
zorgactiviteiten, goed wetende dat het Belgisch systeem een complex
compromis is van de verschillende breuklijnen in ons land (de
verschillende gemeenschappen, de verschillende ziekenfondsen, de
verschillende zorgverleners, de verschillende overheden). Als over
enkele jaren onze regelgeving voor ziekenhuizen op de helling komt te
staan, omdat een Pools ziekenhuis, dat zich in België wil komen
vestigen, vindt dat de Belgische regels voor het krijgen van een
vergunning te streng zijn, dan wordt niemand daar beter van. Niet de
Belgische patiënten, niet de Belgische ziekenhuizen, niet de
Poolse firma die wil investeren, niet de samenwerking in de Europese
Unie. De enigen die hier een vette kluif aan zullen hebben zijn
advocaten. Van de grote rechtsonzekerheid die Bolkestein met zich
meedraagt, worden alleen advocaten rijker!
De
Belgische gezondheidssector wordt wel degelijk ernstig bedreigd door
de Bolkestein-richtlijn. In België worden aan ziekenhuizen heel
wat erkenningsvoorwaarden opgelegd. Heel wat van die voorwaarden
worden bedreigd door het beoordelingssysteem dat in de
Bolkestein-richtlijn zit. België zal een lijst met criteria
moeten maken voor haar gezondheidssector en zal zich daarna tegenover
de andere lidstaten moeten verdedigen (!?) waarom in België
ziekenhuizen financieel gezond moeten zijn, best geografisch gespreid
zijn, geen verplichting mogen hebben om winst te maken (VZW zijn),
aan CAO's tussen zorgverleners en ziekenfondsen gebonden zijn, een
minimum aantal werknemers moeten hebben om genoeg patiënten te
kunnen verplegen,..... Volgt u nog? Klinkt deze redenering niet
idioot? Nog eens: België zal zich moeten verantwoorden voor het
opleggen van strenge erkenningscriteria voor ziekenhuizen. Logische
conclusie? Sp.a zal nooit toestaan dat de
gezondheidszorg wordt opgenomen in de Bolkestein-tekst.
Twee
(louter hypothetische) voorbeeldjes om ons ongenoegen en onze
verontwaardiging aan te tonen. Martius Zyworczik, met diploma van
apotheker op zak, komt uit Warschau naar België en wil hier in
het centrum van Aalst een eigen apotheek oprichten. Hij vraagt een
vergunning aan het RIZIV. Die weigert de brave man een vergunning
omdat Aalst het aantal wettelijk toegelaten apotheken (in het kader
van geografische spreiding) heeft overschreden. Martius moet wachten
tot ergens in Aalst een apotheek verdwijnt en dan zijn
aanvraagprocedure opnieuw opstarten. Maar Martius heeft daar geen
zin in en dient klacht in tegen België bij het Europees Hof van
Justitie wegens discriminerende maatregelen. Martius voelt zich
benadeeld. Zal het Hof hem gelijk geven? We kunnen niets
voorspellen, maar we kunnen enkel bang zijn dat er rond dit en
duizenden andere hypothetische voorbeelden een sfeer van enorme
rechtsonzekerheid hangt. En moeten we het nog herhalen: ook in dit
(louter hypothetische voorbeeld) zullen alleen de advocaten hun
boterham goed verdiend hebben.
Nog
eentje om het af te leren. Nigel Collins, Brits chirurg, heeft zijn
zinnen tijdelijk gezet op de Belgische markt. Hier is in de lente
minder concurrentie dan op de Britse markt en kan hij veel sneller
een veel meer klanten bedienen. Op zijn website laat hij weten dat
hij in een Oostends ziekenhuis mét eigen verplegend personeel
én eigen materieel goedkopere operaties kan uitvoeren.
Collins komt echter te weten dat als hij in Oostende een operatie wil
uitvoeren, hij gebruik moet maken van Belgische apparatuur (scanner,
rolstoel, ...). Het is precies door de goedkopere Britse apparatuur
dat Collins in België wil komen opereren. Vlug gebeurd: klacht
tegen België wegens inbreuk op het oorspronglandbeginsel. Want
in UK mag je wel om het even welke apparatuur gebruiken. Bolkestein
is er, dus in Oostende moet dat ook kunnen. Zal het Hof van Justitie
de België dwingen zijn wetgeving volledig in te dijken en uit te
hollen ten voordele van (vaak minder kwaliteitsvolle) buitenlandse
dienstverleners? Zekerheid hebben we niet, maar onze Belgische
wetgeving wordt hoe dan ook serieus bedreigd door Bolkestein. Een
sp.a-zekerheid hebben we wel: uithollen van een
wetgeving is nooit een optie voor betere dienstverlening.
De
mogelijke gevolgen van Bolkestein voor onze gezondheidszorg kunnen
dus heel erg ver gaan. Let wel: dit is geen nieuw proces. België
moest eerder al inbinden bij enkele wetten. De bestaande regelgeving
in de gezondheidszorg wordt dus al een tijdje getoetst aan de
Europese criteria van niet-discriminatie en proportionaliteit. Heel
recent nog oordeelde het EU-Hof dat de Belgische regels voor
terugbetaling van rolstoelen door de sociale zekerheid belemmerend
zijn voor de vrije markt. De Bolkestein-richtlijn zal dit proces nog
versnellen en dreigt onze wetgeving op alle vlakken verder uit te
hollen. Het voorstel zet namelijk een grondige rem op nieuwe
nationale regelgeving, door de ruime toepassing van het
oorsprongslandbeginsel. Bolkestein toetst wetgeving enkel aan
economische criteria en voor sp.a kan dit niet!
Minimale kwaliteitsnormen moeten er sowieso ook komen! De
voorbeeldjes toonden al aan: rechtsonzekerheid troef! Enkel voer
voor advocaten! Is dit het begin van het einde? De Bolkestein-trein
met eindbestemming: Chaos!
Geldt
dezelfde bedreiging ook voor onze welzijn- en zorgsector?
Wat
de welzijn- en zorgsector betreft, wordt in de eerste plaats het
subsidiebeleid van Vlaanderen bedreigd. Vlaanderen geeft in haar
zorgbeleid een belangrijke plaats aan verschillende
non-profitorganisaties, die jaarlijks op subsidies kunnen rekenen.
De vraag die na goedkeuring van de Bolkestein-richtlijn onomkeerbaar
wordt, is: mag Vlaanderen haar subsidies wel beperken tot
non-profitorganisaties? Bovendien zullen ook de uitgebreide
vergunningscriteria en opgelegde kwaliteitsstandaards met een
vergrootglas worden bekeken. En tot wat kan dit leiden? Lagere
kwaliteitsnormen en het einde van de non-profitorganisaties in de
welzijnssector! Mijnheer Bolkestein: zit daar eigenlijk iemand op te
wachten?
Geldt
dezelfde bedreiging ook voor de arbeidsbemiddeling?
Ook
de VDAB wordt ernstig bedreigd door de Bolkestein-richlijn. Vandaag
legt de Vlaamse overheid - opnieuw een probleem, want hoe verhoudt
Bolkestein zich tot het geregionaliseerde kluwen in België -
heel wat strikte eisen op aan kantoren die aan arbeidsbemiddeling
willen doen. Zo moet een arbeidsbemiddelend kantoor in Vlaanderen
werknemers van een failliete onderneming opvangen (decreet op het
herplaatsingfonds). Wie belooft de Belgische werknemers dat het
Europese Hof van Justitie dit reglement niet als belemmerend zal zien
voor de vrije markt (zoals de rolstoelvoorwaarden)? De VDAB wordt
ook bedreigd in haar systeem van opleidingscheques. Organisators van
opleidingen moeten aan een strikt aantal kwaliteitseisen voldoen en
dan pas kan er sprake zijn van opleidingscheques of
opleidingsvergoedingen. Een open vraag blijft echter: wat als een
opleiding tot kraanman in Litouwen aan minder strenge criteria moet
voldoen dan in Vlaanderen? Moet Vlaanderen haar eisen dan lager
stellen? Moet Vlaanderen haar wetgeving verder uithollen? Mag
Vlaanderen whatsoever eigenlijk nog wel de bevoegdheid claimen
om opleidingscheques te koppelen aan kwaliteitseisen voor de
opleidingen? (dit laatste komt onder druk door de Bolkestein-eis dat
vergunningen voor het volledige nationale grondgebied moeten gelden).
Veel vragen, de woorden die we onthouden blijven dezelfde:
rechtsonzekerheid, voer voor advocaten, uitholling, schandalig!
Bedreigt
Bolkestein ons onderwijs?
Met
de arbeidsbemiddeling komen we meteen in de buurt van de
onderwijssector. En daar hebben we voor een keer het Europees Hof
van Justitie mee. De richtlijn van Bolkestein kan toch niet op het
onderwijs slaan, dat georganiseerd wordt door de overheid. Het kan
niet dat andere lidstaten zich druk maken over bepaalde voorwaarden
die de Belgische staat oplegt aan onderwijsinstellingen. Want een
staat - volgens het Hof van Justitie - vervult hiermee zijn sociale,
culturele en opvoedkundige taak, wat - voor een keer kijken we
hoopvol naar de tekst van Bolkestein - als een uitzondering beschouwd
kan worden voor de vrijmaking ervan. Laten we de EU-rechtspraak dus
maar geloven: in geen geval kan er sprake zijn van onderwijs in de
Bolkestein-richtlijn. Daar verzet sp.a zich tegen.
Waarom
wil sp.a ook de beveiligingssector uit de dienstenrichtlijn?
Laten
we nog eens onze verbeelding werken om de non-sens van
Bolkestein aan te tonen. Stel: de firma Moens uit Antwerpen zit met
een veiligheidsprobleem. Directeur Moens vindt op een website reclame
van een Litouwse beveiligingsfirma en besluit het erop te wagen. Hij
huurt vijf Litouwse bewakingsagenten tijdelijk in. Bolkestein
volgend, blijven de vijf tijdens hun verblijf in België
onderworpen aan (ongetwijfeld minder strenge) Litouwse criteria van
selectie, opleiding en gedrag. Als blijkt dat onze vijf Belgische
veiligheidsregels overtreden, zonder hun eigen Litouwse regels te
overtreden (misschien zelfs uit onwetendheid), zitten we met een
probleem. Ten eerste, waarom mogen zij wat Belgische
veiligheidsagenten niet mogen? En ten tweede, wie controleert dit
boeltje? Beveiliging ligt zo dicht bij openbare veiligheid, dat we
ons best niet wagen op het pad van vrijmaking zonder dat er op
Europees niveau eerst voldoende geharmoniseerd is. Same old
story, dus!
Het
gevecht tegen de Bolkestein-richtlijn
Hoe
verloopt de strijd voor een rechtvaardige (sociaal gecorrigeerde)
dienstenrichtlijn?
Sp.a
verzet zich luidkeels tegen de ontwerprichtlijn en wil duidelijk
maken aan de mensen waar het voor staat. De strijd verloopt op
verschillende fronten. Er is de roep van de straat – op 12 mei
kwamen 60 000 mensen op straat voor een sociaal Europa – waar sp.a
zich heeft bijgeschaard. Er is ook de politieke procedure. Ondanks
druk van verschillende kanten, heeft Commissievoorzitter Barosso tot
nog toe geweigerd om de ontwerprichtlijn van Fritz Bolkestein – uit
de Europese Commissie – terug te trekken. “Laat de parlementaire
Europese procedure zijn werk gaan,” meent Barosso. De onwil van de
voorzitter van de Europese Commissie gaf heel wat (onjuiste)
voorzetten voor tegenstanders van de EU-Grondwet naar aanleiding van
de referenda in Frankrijk en Nederland. Sommigen dachten zich tegen
Bolkestein te kunnen uitspreken door nee te zeggen aan de Europese
Grondwet. De Europese Commissie zweeg. Een foute inschatting!!
Proceduregewijs:
de dienstenrichtlijn is een richtlijn als een ander!
De
dienstenrichtlijn is een gewone Europese ontwerprichtlijn die onder
de codecisieprocedure valt. Dat wil zeggen dat het voorstel van de
Europese Commissie eerst langs het Europees Parlement moet passeren.
Dan kunnen de bevoegde Europese ministers hun zegje doen. Pas
wanneer de drie instellingen – eventueel na een tweede of derde
lezing – tot een compromis komen, is er een Europese richtlijn die
na publicatie binnen een aantal jaar omgezet moet zijn in de
nationale wetgeving van de verschillende lidstaten van de Europese
Unie. Ook de dienstenrichtlijn dus. Bolkestein kwam er met zijn
voorstel in januari 2004. Eind vorig jaar onderzocht het Europees
Parlement de mogelijke implicaties van de richtlijn door
verschillende hoorzittingen te organiseren. In het voorjaar van 2005
volgde dan de bespreking in de verschillende commissies van het
Europees Parlement. De moeilijkheidsgraad van de richtlijn (en de
logische politieke onenigheid) zorgde voor een enorme vertraging in
de procedure waardoor het Europees Parlement zich pas in januari 2006
een eerste keer zal uitspreken over de dienstenrichtlijn.
Hoe
pakt sp.a de strijd aan in het Europees Parlement?
Anne
Van Lancker is rapporteur voor de dienstenrichtlijn in de commissie
Sociale Zaken. Die commissie is doorslaggevend voor wat – voer
voor juristen – de sociale onderdelen van de richtlijn betreft.
Het overige wordt vastgelegd in de commissie Interne Markt waarin Mia
De Vits zetelt. De rapporteur in die hoofdcommissie is ook van
sociaal-democratische stempel, de Duitse Evelyne Gebhardt. De
sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement maakte van
meet af aan duidelijk wat moest veranderen aan de ontwerprichtlijn:
het principe van het land van oorsprong mocht niet het centrale
principe van de richtlijn zijn, zoals de Commissie voorstelde; het
toepassingsgebied moest ingrijpend verengd worden, want noch de
publieke sector en gezondheidszorgen, noch de diensten van algemeen
economisch belang mochten onder dit voorstel vallen; de
dienstenrichtlijn mocht geen afbreuk doen aan de regelgevende
autonomie van de lidstaten en alle detacheringsbepalingen ten slotte
moesten rechtstreeks onder de detacheringsrichtlijn blijven.
Wat
staat in het rapport van Anne Van Lancker?
Ze
maakt in haar rapport komaf met de onduidelijkheden waar Bolkestein
in zijn oorspronkelijke voorstel mee kwam opdraven. Dus blijven de
arbeids-en sociale zekerheidswetgeving en de CAO's in alle lidstaten
altijd voorrang krijgen. Tweede pijnpunt is het bijna onbeperkte
toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn, dus moeten sectoren van
publieke dienstverlening daar zeker van tussenuit. De lidstaten
mogen zelf bepalen wat zij zien als zo'n diensten van algemeen
belang. Gezondheidszorg bijvoorbeeld is geen commerciële
dienst, maar een publieke dienstverlening en wordt dan ook expliciet
buiten het toepassingsgebied gehouden. Daarnaast wil ze ook
uitzendkantoren, privé-bewaking en de audiovisuele sector uit
de richtlijn houden. Het
principe van land van oorsprong – dat toelaat dat het Nederlandse
uitzendkantoor enkel de lakse Nederlandse regels moet volgen als het
in België tijdelijk werknemers aan het werk zet – holt Van
Lancker volledig uit in haar rapport. Enkel als er op EU niveau een
minimumpeil van harmonisering bestaat of op zijn minst in elke
lidstaat vergelijkbare voorschriften gelden, kan dit principe gelden.
Haar rapport stelt ook duidelijk dat de dienstenrichtlijn niet van
toepassing kan zijn voor de detachering van werknemers. De bestaande
detacheringsrichtlijn legt al minimumnormen op voor buitenlandse
tijdelijke werkkrachten bij ons. Van
Lancker heeft ook opmerkingen op het screeningsproces dat de
lidstaten moeten maken van hun vergunningsvoorwaarden die gelden voor
wie zich op hun grondgebied wenst te vestigen. Jammer genoeg heeft de
commissie Sociale Zaken in het Europees Parlement niet het
definitieve oordeel over alle verschillende onderdelen van de
richtlijn.
Wat
staat in het rapport van Evelyne Gebhardt?
Stemming
op 22 november
Wat
staat in het advies van het Europees Parlement?
Stemming
in februari 2006
En
de verdere strijd?
...
sp.a
ziet de richtlijn Bolkestein in haar oorspronkelijke vorm dus
helemaal niet zitten. Deze richtlijn zou in alle Europese lidstaten
vrij verkeer van diensten toelaten.
Vooral
het oorspronglandbeginsel kan voor ons niet door de beugel. Volgens
dat beginsel zou zoals eerder aangetoond bijvoorbeeld een
uitzendkantoor uit Nederland of een bouwbedrijf uit Litouwen in
België aan de slag kunnen zonder de Belgische regelgeving te
volgen. De regels uit het land van oorsprong blijven immers gelden.
De dienstenrichtlijn kan op die manier ons bestaand sociaal model
helemaal onderuit halen. Dat hebben we proberen aan te tonen met
verschillende voorbeelden.
We
willen gerust verder discussiëren over hoe ver vrije
dienstverlening kan gaan, maar dan wel zonder onze gezondheidszorg
en sociale dienstverlening in gevaar te brengen.
|