vanlan03.jpg
naampic03
Advertisement
Annes Nieuws arrow FAQ arrow Dienstenrichtlijn
spacer spacer spacer
naampic01
spacer
naampic02
Dienstenrichtlijn PDF Afdrukken
vrijdag, 27 januari 2006

Het voorstel van de Europese Commissie over de vrijmaking van de dienstensector, is een slecht voorstel. De Bolkesteinrichtlijn wil alle diensten in de Europese lidstaten open stellen voor de vrije markt en daar is sp.a op zich niet tegen. Alleen is dit niet de goede manier. Europa is niet klaar voor een vrijmaking van de dienstensector op de manier die Bolkestein wil.

Q&A - dienstenrichtlijn



Het voorstel van de Europese Commissie over de vrijmaking van de dienstensector, is een slecht voorstel. De Bolkesteinrichtlijn wil alle diensten in de Europese lidstaten open stellen voor de vrije markt en daar is sp.a op zich niet tegen. Alleen is dit niet de goede manier. Europa is niet klaar voor een vrijmaking van de dienstensector op de manier die Bolkestein wil.


De richtlijn is een draak van een tekst en probeert alles te vatten in 63 pagina's. Juristen breken hun tanden stuk op de mogelijke gevolgen voor de lidstaten, maar raken er niet uit.


Sp.a vindt dat de richtlijn in de eerste plaats op veel te veel sectoren van toepassing is. Daarenboven is het basisprincipe (het land-van-oorsprong-beginsel) onaanvaardbaar, gelet op de gebrekkige harmonisatie van de verschillende soorten wetgeving rond diensten in de Europese lidstaten. Het voorstel zal ook de bevoegdheden van de lidstaten uithollen als de erkennings- en vergunningscriteria te strikt worden toegepast. Ten slotte kan sp.a deze tekst niet steunen omdat ze vaak haaks staat ten opzichte van andere (al bestaande) Europese regelgeving. Meer nog, de dienstenrichtlijn haalt bepaalde Europese regels onderuit en ondergraaft zelfs bepaalde punten uit het Verdrag.


Sp.a vroeg eerder al aan de nieuwe Europese Commissaris voor de Interne Markt Charly McCreevy om het voorstel van zijn voorganger Bolkestein in te trekken en met een nieuwe tekst op de proppen te komen. McCreevy weigerde.


Indien er een dienstenrichtlijn komt, zal dat een herschreven en sociaal gecorrigeerde tekst zijn, die de sociale verworvenheden van de mensen in Europa respecteert. Socialisten hebben zich altijd sterk ingezet voor de uitbouw van een sterke Europese Unie. Wij willen een Europa dat in het verlengde ligt van ons maatschappijmodel. We spreken dan van een Europa waar de interne markt en de economische unie ten dienste staan van de mensen. De Europese instellingen moeten met dezelfde inzet waarmee ze voor de vrije markt ijveren, vechten voor een sociaal en solidair Europa.



  1. VOORGESCHIEDENIS


Waarom lanceert de Europese Commissie zo'n verregaande richtlijn?

Het voorstel van een dienstenrichtlijn probeert een allesomvattende richtlijn te zijn. Volgens Bolkestein moet zijn tekst het orgelpunt worden van de Europese economische integratie, een volledige interne markt. Hoe je het echter ook draait of keert, het is nog veel te vroeg om al te spreken over vervolledigen van de interne markt. De Europese Unie is nog in volle groei op dit moment, vooral institutioneel. Hebben we niet onlangs de grootste uitbreidingsfase ooit gehad? Hebben we niet, nog recenter, gezien hoe Europa groen licht gaf om op termijn te gaan praten met Turkije over mogelijke toetreding? Is Europa dus af? Conclusie is nee. Europa is niet klaar voor een orgelpunt van interne markt.


Zijn we tegen de vrijmaking van de dienstensector?

Laat ons eerlijk zijn: het opzet van de richtlijn is niet slecht. Noem het gerust lovenswaardig. De dienstensector ís de meest belangrijke economische sector in Europa. Cijfers spreken boekdelen: zowat 70% van onze economische omzet vloeit voort uit het verlenen van diensten. Bovendien kennen we inderdaad vandaag nog veel te veel administratieve moeilijkheden in de dienstensector. Mensen kunnen niet zomaar hun diensten aanbieden in een ander land. Een traiteur uit Gent kan niet zomaar een feestmaal gaan verzorgen in Parijs met zijn eigen personeel. Te veel administratieve rompslomp.


Kadert de dienstenrichtlijn in het Lissabon-proces?

Volgens Bolkestein is de vrijmaking van de dienstensector onontbeerlijk voor de EU om de Lissabon-doelstellingen te bereiken. Vijf jaar terug spraken de (toen nog) 15 lidstaten van de EU onder elkaar af om binnen tien jaar van Europa de meest competitieve kenniseconomie ter wereld te maken. Drie pijlers moesten dat proces steunen: economische groei, werkgelegenheid en sociale samenhang. Duurzame ontwikkeling werd daar achteraf nog bijgevoegd. Vijf jaar later blijkt dat er nog heel wat werk voor de boeg staat. Daarenboven is sinds de befaamde Lissabon-top heel wat veranderd in het politieke klimaat van de EU. Stel je Bolkestein dus alsjeblieft niet voor als een koene ridder die de verschillende pijlers uit het Lissabon-proces met zich meedraagt en de EU recht vooruit richting Lissabon-doelstellingen wil loodsen. Bolkestein (en de ideeën uit zijn voorstel) staat op de Europese agenda sinds maart 2003. De lente van 2003 was de lente van Aznar in Spanje (Azorentop) als hoogtepunt van de heersende conservatieve politieke conjunctuur overal in Europa. Ook het Lissabon-proces ondervond dat. Het oorspronkelijke trio van Lissabon (groei, werkgelegenheid, sociale samenhang) zonk weg in een 'tandem van hoop' voor liberalen: economische groei en werkgelegenheid. Enkel die tellen voor Bolkestein. Liberaliseren en hopen dat de markt zijn werk doet. De sociale poot van het Lissabon-proces werd afgezaagd. Lees er trouwens maar eens het Kok-rapport (evaluatie van Lissabon na 5 jaar) op na!



  1. INHOUD & sp.a-KRITIEK


Hoe staan we tgo. het idee van administratieve vereenvoudiging uit het voorstel?

Administratieve vereenvoudiging staat centraal in de plannen van de Europese Commissie. De dienstenrichtlijn wil door het afbouwen van de administratieve rompslomp vrijheid van vestiging bekomen. Vrijheid van vestiging moet er volgens Bolkestein komen door een uniek loket in elke lidstaat, waar iedere dienstverlener zich kan inschrijven. Geen probleem daarmee, want in een geïnformatiseerde samenleving is e-government inderdaad een van de meest efficiënte hulpmiddelen voor de mensen geworden. Alleen, dat ene loket voor dienstverleners moet dan wel werken. En dat is niet zo vanzelfsprekend. De Kruispuntbank voor Ondernemingen, in februari 2003 geactiveerd in België, is tot op vandaag niet meer dan een goede eerste oefening geweest. Het e-loket voor diensten zou praktischer, duidelijker en vooral veel efficiënter moeten verlopen dan de Kruispuntbank. Hoe dat precies in te vullen, daar is het voorstel van Bolkestein toch wel heel vaag over.


Moet de tekst van Bolkestein dan volledig verdwijnen voor sp.a?

Er zijn een aantal ideeën uit de tekst van Bolkestein die op zijn minst het vermelden waard zijn. Het doel, de vrijmaking van de dienstensector, is zeker interessant, maar de ingeslagen weg is niet de juiste. Er zijn nog obstakels op de interne markt, maar Bolkestein heeft de borden van de wegomlegging verkeerd gezet. Wie droomt niet van een overheid - of het nu Vlaanderen, België of Europa is - die efficiënt werkt, die klantvriendelijk en overzichtelijk gestructureerd is? Als je echter met je neus in de dagdagelijkse praktijk van de Europese Unie zit, zie je dat de ideeën in de tekst van Bolkestein soms van een andere planeet lijken te komen. Bolkestein schrijft zijn tekst vanuit een andere realiteit. De waarheid kwetst misschien, beste Fritz, maar de Europese Unie is niet klaar voor de vrijmaking van de dienstensector én zeker niet op jouw manier. Sp.a heeft heel wat bedenkingen en kritieken bij het voorstel.



  • DE RICHTLIJN SLAAT OP TE VEEL DOMEINEN


Hoe ver wil Bolkestein de vrijmaking van de dienstensector drijven?

Het toepassingsgebied van de tekst is haast onuitputtelijk. Bijna alle denkbare sectoren van dienstverlening worden opgesomd. Uitzondering is de publieke dienstverlening die de overheid - zonder enige vorm van economische tegenprestatie - verricht in het kader van de culturele, sociale, gerechtelijke en opvoedkundige taak. Het is een draak van een stelling, maar bijna letterlijk afkomstig uit de tekst. Wat nu precies bedoelt wordt als uitzondering, is ook onder specialisten voer voor discussie en onduidelijkheid. Ook niet: financiële dienstverlening, vervoerdiensten (stedelijk vervoer en havendiensten en voor zover geregeld door andere communautaire besluiten), elektronische communicatienetwerken en -diensten (als ze in de specifieke richtlijn van 2002 opgenomen zijn).


Het toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn heeft dus ook een aantal uitzonderingen?

Let vooral op het verraderlijke woordgebruik van de Europese Commissie. Naast een opsomming van diensten waarop de tekst wél van toepassing zou zijn, volgt - bijna ter compensatie, als een soort pijnstiller of goedmakertje van de Commissie zelf - een uitgebreide lijst van diensten (voornamelijk diensten die door de overheid verzorgd worden) die niet onder de Bolkestein-richtlijn zouden vallen. Maar laat je niet misleiden. De uitzonderingen worden niet noodzakelijk gevrijwaard van de liberaliseringdrift van de Europese Commissie. Heel wat van de opgesomde uitzonderingen worden ofwel door eerdere of door toekomstige communautaire richtlijnen vrijgemaakt. Of dacht je dat de havenrichtlijn in principe iets anders beoogt dan het voorstel van Bolkestein?


Wat valt onder Bolkestein?

Wat NIET

Wat mag in geen geval v sp.a?

consultancy

publieke dienstverlening die de overheid - zonder enige vorm van economische tegenprestatie - verricht in het kader van de culturele, sociale, gerechtelijke en opvoedkundige taak

gezondheidszorg

reclame

sociale diensten

promotie

onderwijs

aanwerving

culturele diensten

commercialisering

financiële dienstverlening

arbeidsbemiddeling

veiligheid

transportsector, voor de zaken die geregeld worden door andere communautaire besluiten (wel: geldtransport en lijkenvervoer

uitzendarbeid

juridisch advies

vervoer

immobiliën

distributie (gas, water, elektriciteit)

bouwactiviteiten

elektronische communicatienetwerken

fiscaliteit

architecten

privé-bewaking

distributie

havendiensten

veiligheidsdiensten

evenementen

stedelijk vervoer

loterij

autoverhuur



gezondheidszorg



zorgactiviteiten



toerisme



audiovisuele diensten



ontspanning



sportcentra



reisbureaus




Bewijst deze richtlijn dat Europa meer een economisch dan sociaal beleid voert?

De Europese Commissie gaat uit van een gevaarlijke redenering. De tekst van Bolkestein ondersteunt een principe dat nog verder gaat dan het liberale 'laissez-faire'. De markt volledig zijn gang laten gaan, de lidstaten achterlaten met een gigantische rechtsonzekerheid, de verantwoordelijkheid schuiven op de dienstverleners zelf, ... Dit is geen passieve 'laissez-faire', maar een actieve, agressieve vorm van liberaliseren en vrijmaken: "laat maar los, we zien wel waar we uitkomen...." Pure afbraakpolitiek, niemand weet waar we uitkomen!


Wat is nu het grootste probleem voor sp.a met de Bolkestein-tekst?

Onduidelijkheid en rechtsonzekerheid. Niemand weet waar we zullen landen met deze open richtlijn. Onduidelijkheid troef bij het toepassingsgebied van de richtlijn. De transportsector zit er niet in, vervoer met lijken en geld wel, openbaar stadsvervoer niet, autoverhuur wel weer, distributiesector ook, .... Hoe leg je dit in godsnaam aan een normaal mens uit? En bovendien: hoe pas je dit toe in een complex land als België? Er wordt in de dienstenrichtlijn weinig of geen rekening gehouden met hoe elke lidstaat zijn gemeenschapsdiensten organiseert. Wat gebeurt er met de geregionaliseerde bevoegdheden? De Lijn, MIVB en Tec: moeten ze straks concurrenten worden? Onzeker en onduidelijk, zoals het grootste deel van de teksten van Bolkestein. Voor iedere jurist een pak hoofbrekens.


Is een kaderrichtlijn voor diensten algemeen belang een betere oplossing?

Het is een noodzakelijke stap vooraleer je kan beginnen aan verdere vrijmaking van de dienstensector. Sp.a is tegen afbraakpolitiek. Al sinds jaar en dag heeft onze partij er bij de Europese Commissie op aangedrongen dat er een kaderrichtlijn voor diensten van algemeen belang werd voorgesteld. Dat is opbouwende, constructieve wetgeving, want in zo'n richtlijn zou voor eens en voor altijd duidelijk gesteld worden welke diensten nooit aan concurrentieregels zullen worden onderworpen. Welke diensten zijn zo belangrijk voor de mensen dat de markt er geen vrij spel mag krijgen? Een kaderrichtlijn: meer duidelijkheid, minder rechtsonzekerheid, positieve wetgeving. De Europese Grondwet zou voor een stuk die diensten van algemeen belang beschermen, maar door de onzekere toekomst van dat document, wil sp.a eerst zekerheid. Nota bene, vaak worden begrippen als ‘diensten van algemeen belang’, ‘gemeenschapsvoorzieningen’, ‘diensten van algemeen nut’, ... door elkaar gebruikt. In wezen omschrijven ze allemaal min of meer hetzelfde type diensten.



  • LAND VAN OORSPRONG PRINCIPE IS ONAANVAARDBAAR


Wat is het principe van land van oorsprong uit de dienstenrichtlijn?

De grootste onzekerheid in de richtlijn zit in het oorspronglandprincipe. Elke dienstverlener kan zijn diensten aanbieden in een ander land en blijft in principe onderworpen aan de regels van zijn thuisland. Dat is de betekenis van het beginsel van land van oorsprong. Simplistisch en heel gevaarlijk! Want wie kan garanderen dat firma's niet zullen overschakelen op het systeem van brievenbusvennootschappen. Een kuisfirma voert haar diensten uit in Brussel, maar heeft haar postadres in Parijs, want (hypothetisch) dat er in Frankrijk bijkomende fiscale voordelen zouden gelden voor kuisbedrijven. Diensten uitvoeren in België, maar postadres in een ander land? Het gevaar van een sneeuwbaleffect - of noem het een postbuseffect - is groot.


Zijn er dan geen uitzonderingen voor het oorspronglandprincipe?

Het beginsel van land van oorsprong geldt niet altijd, zegt de ontwerprichtlijn van de Europese Commissie en ze somt meteen een breed gamma op van uitzonderingen op het beginsel. Vrijwel elke ideologische stroming in Europa - en dat over de partijpolitieke grenzen heen, leerden we uit verschillende hoorzittingen het voorbije jaar in het Europees Parlement - is er van overtuigd dat de formulering van het oorspronglandprincipe en de daarbij horende uitzonderingen meer rechtsonzekerheid creëert dan rechtszekerheid. Je kan toch geen wetgeving goedkeuren als je niet weet waar het toe zal leiden? Hypothetisch voorbeeld: een Brussels ziekenhuis, een Hongaarse plastisch chirurg en een braaf Vlaams huisvrouwtje dat die vervelende vetrolletjes onder handen wil laten nemen. Ramp o ramp, de operatie mislukt, dokter Kovacs keert terug naar Boedapest en het huisvrouwtje herstelt thuis. Klacht indienen tegen Kovacs? Vergeet het, want de termijn om een klacht in te dienen tegen een chirurg in Hongarije is slechts 6 maanden, terwijl je in België 2 jaar tijd hebt om klacht in te dienen. Pas veel later komt ons Vlaams huisvrouwtje dit te weten. Weg proces, weg schadevergoeding. Na de fysieke ellende, een tweede klap. Is dit simplistisch voorgesteld? Misschien, maar het kan ook met een moeilijker woord: gebrek aan harmonisatie van de verschillende nationale regelgevingen.


Kan het beginsel van land van oorsprong ooit werken?

Het oorspronglandbeginsel kan slechts werken als er in elke Europese lidstaat over de grenzen heen een gelijkvormige of evenwaardige wetgeving bestaat. Hetzelfde liedje keert terug, geen deregulering als je niet eerst voor een voldoende (en kwalitatief hoogstaande) geharmoniseerde wetgeving hebt gezorgd in de lidstaten. Cru gesteld: het oorspronglandbeginsel mag enkel gelden in die sectoren en tussen die lidstaten waar een gelijkwaardige wetgeving bestaat. De formulering die in het voorstel van Bolkestein staat, is gevaarlijk, onverstandig en vooral heel onduidelijk.


Welk gevaar schuilt precies in het gebrek aan harmonisatie van regelgeving?

Gebrek aan harmonisatie kan een neerwaartse concurrentiespiraal op gang trekken. Dienstverleners banen zich een weg door het kluwen aan verschillende wetten in de lidstaten en vestigen zich waar ze best beschermd zijn en de beste voorwaarden hebben op vlak van sociale voorwaarden, milieuregels en fiscale plichten. Waar betaal ik minst belasting? Waar kan ik meest kosten besparen op mijn werknemers? Lidstaten pikken daar op in en zullen - als ze zien dat heel wat dienstverleners uit deze of gene sector wegtrekken - hun eigen regelgeving iets soepeler maken. In eenzelfde land zullen verschillende regelgevingen op gelijkaardige dienstverleners toegepast worden, afhankelijk van het land waar ze gevestigd zijn. Kwaliteitsverlaging heet zoiets. Dumping ook.


Is de dienstenrichtlijn in overeenstemming met de (bestaande) detacheringrichtlijn?

Het probleem van detachering of ‘het tijdelijk ter beschikking stellen van werknemers uit een andere lidstaat’ legt de pleister op de wonde. Voor sp.a, is niet de vrijmaking van de dienstensector het probleem. Sp.a is voorstander van een interne Europese markt. Maar die markt moet er wel klaar voor zijn. Eerst moet je toch op zijn minst zeker zijn dat administratie, overheid en wetgeving van de verschillende lidstaten op elkaar zijn afgestemd. Inspecteurs die werknemers controleren, klagen nu al steen en been dat er tussen de lidstaten op gebied van sociale controle meestal geen enkele vorm van samenwerking is. Vragen over een Litouwse kuisvrouw worden dikwijls zelfs in het Litouws beantwoord. Begrijpen wie begrijpen kan. Wat als de dienstensector volledig zou worden geliberaliseerd? Pure chaos op gebied van sociale controle waarschijnlijk. Geen samenwerking en geen harmonisatie = geen vrijmaking van de markt, is dan ook de logische stelling van sp.a. Van een dienstenrichtlijn kan dan ook enkel sprake zijn, als die rekening houdt met alle bepalingen uit de al bestaande detacheringsrichtlijn. Die Europese richtlijn bepaalt aan welke criteria een werknemer moet voldoen als hij of zij tijdelijk in een andere Europese lidstaat wil gaan werken.



  • VERGUNNINGEN EN ERKENNINGSCRITERIA KOMEN ONDER DRUK


Houdt de dienstenrichtlijn ook gevaar in voor de soevereiniteit van de lidstaten?

De Europese Commissie dreigt met de dienstenrichtlijn ook een van de heilige huisjes van Europa onderuit te halen, het subsidiariteitprincipe. "Wat we zelf kunnen, doen we beter," is altijd het argument geweest van de lidstaten. De Commissie zet dit principe met dit controversiële voorstel op de helling. Als de Bolkestein-richtlijn wordt aangenomen, moeten de lidstaten tegen 2009 een lijst hebben opgesteld van alle erkenningsvoorwaarden, vergunningscriteria en wettelijke bepalingen in hun land waar dienstverleners in alle sectoren zich moeten aan houden. Die screenings worden onderling tussen de lidstaten vergeleken in een soort matrix. Dan wordt bepaald welke regels als discriminerend of belemmerend voor de vrije markt kunnen gezien worden. Kan een lidstaat deze of gene regel onvoldoende verantwoorden, moet die eruit. De bevoegdheid van de lidstaten wordt op die manier fors uitgehold. Bovendien dreigen heel wat sociale voorwaarden als discriminerend of belemmerend te worden gezien (daarover later meer).


Is subsidiariteit een goed argument tegen de dienstenrichtlijn?

Subsidiariteit is altijd een gepaste dooddoener geweest voor de Europese Commissie en de verschillende lidstaten en valt als argument voor sp.a ook te licht uit. Het is niet slecht dat de Europese Commissie het heft in handen neemt en meer Europese regelgeving voorstelt. Dat is zelfs goed. Maar we blijven erbij: het moet wel gaan om constructieve regelgeving en geen afbraakpolitiek. Europese regelgeving over dienstverlening bijvoorbeeld moet er in de eerste plaats voor zorgen dat er een hoge kwaliteit aan dienstverlening wordt gegarandeerd. De Bolkestein-tekst doet dit niet! Wel integendeel, het is de lidstaat die de laagste kwaliteitsgarantie heeft, die het grootste voordeel haalt uit een vrijmaking van de dienstensector op de manier die Bolkestein voorstelt.


Die screening kan toch ook nuttig zijn voor de administratieve vereenvoudiging?

Administratieve vereenvoudiging is een goede zaak. Daar blijft sp.a achter staan. Het feit dat lidstaten een screening moeten maken van hun erkenningsvoorwaarden en vergunningscriteria voor dienstverleners kan heel nuttig zijn, vooral voor de dienstverleners zelf. Alleen, in de context van de Bolkestein-richtlijn worden de resultaten van die screening op een bijna perverse manier misbruikt. De verschillen in wetgeving tussen lidstaten worden uitvergroot in plaats van opgevuld en landen met de voordeligste (en vaak laagste kwaliteit) regelgeving krijgen het voordeel van de twijfel. Een neerwaartse spiraal dus, race to the bottom, afbraakpolitiek!


Zullen Poolse loodgieters ons land overspoelen door de dienstenrichtlijn?

Geluk bij een ongeluk, in het oorspronglandprincipe is een uitzondering voorzien: de detacheringrichtlijn. Concreet komt het erop neer dat firma's die in een andere lidstaat tijdelijk diensten gaan uitvoeren met eigen werknemers, wel aan de arbeidsvoorwaarden van het land waar de dienst wordt uitgevoerd zullen moeten voldoen. Een voorbeeldje: De firma Kok uit Rotterdam gaat schilderen bij Herr Heinz in Berlijn. In het zog van Kok komen zes Nederlandse schilders mee. Die zullen de minimum-arbeidstijd, de rustperiodes, de vakantiedagen en het minimumloon van hun Duitse collega-schilders moeten naleven. Pas dus op met verhaaltjes over Poolse kuisvrouwen die de West-Europese lidstaten zullen overspoelen en hier komen kuisen voor 3 euro per uur. Het is een drogreden en kan alleen maar in het nadeel van tegenstanders van de dienstenrichtlijn uitdraaien, wegens niet juist. Schuif deze drogreden dus niet op de dienstenrichtlijn.


Voorziet de dienstenrichtlijn ook betere samenwerking bij sociale inspectie?

Zo rooskleurig blijft het echter niet. Opnieuw dreigt België een van de grote slachtoffers te worden van enkele specifieke bepalingen in de Bolkestein-richtlijn. Probleem: de Belgische wetgeving is op vlak van sociale inspectie veel strenger dan wat Bolkestein verwacht. Als de Europese richtlijn er door komt, is er dus geen sprake meer van specifieke Belgische verplichtingen als een vereiste detacheringverklaring en een verplichte contactpersoon van de vreemde firma in ons land. De werknemers moeten dan wel voldoen aan de arbeidsvoorwaarden van het gastland, maar hoe kunnen we dat controleren? Hoe is sociale controle nog mogelijk als er geen contactpersoon te vinden is? Uitholling noemen we dat! Afbraakpolitiek! Wat het grote verschil is tussen afbraakpolitiek van de Europese Commissie en constructieve wetgeving van sp.a bewijst het sp.a-voorstel om een Europees netwerk van arbeidsinspectiediensten op te richten, een soort Sociale Europol. Op die manier komen de verschillende diensten uit Europa rond één (eventueel virtuele) tafel te zitten en zal uitwisselen van gegevens en opsporen van misbruiken veel vlotter verlopen. Het sp.a-voorstel kreeg intussen al een meerderheid van het Europees Parlement achter zich. Aan de Europese Commissie nu om de volgende stap te zetten.



  • GEBREK AAN OVEREENKOMST MET BESTAANDE REGELS


Op welke punten botst de dienstenrichtlijn met al bestaande Europese of internationale wetgeving?

Een juridisch kluwen. Bijna te veel om op te noemen. Als je het voorstel voor richtlijn leest, frons je keer op keer de wenkbrauwen voor de rare gedachtekronkels in de tekst. Bolkestein breekt meer dan eens met de bestaande Europese wetgeving. Zo gaat het oorspronglandbeginsel lijnrecht in tegen de internationale regels over privaatrecht. De Rome I en II Conventies, internationale overeenkomsten over arbeidscontracten en consumentencontracten, bepalen dat normaliter het recht van het land waar de werknemer werkzaam is, doorslaggevend is. Wat consumentenbescherming betreft is trouwens in het internationaal recht de plaats waar eventuele schade aan de consument is berokkent van belang als je wil bepalen wie in overtreding is. En dus ook telkens de wetgeving van dat land. Het oorspronglandbeginsel draait die redenering compleet om. En dat is nog niet alles. De voorstellen uit de dienstenrichtlijn gaan ook lijnrecht in tegen de richtlijn over openbare aanbestedingen (waar nationale regels gelden) en tegen de afspraken die gemaakt zijn over beroepskwalificaties (waar bij de erkenning van beroepen het bestemmingslandbeginsel geldt). Nog niet genoeg contrast? Volgens Bolkestein hoort ook de dienstverlening voor mensen die zelf de grens over steken op zoek naar een dienstverlener (een Vlaams vrouwtje wil haar borsten laten bijwerken en steekt daarvoor de plas over naar het VK. Wat als de operatie mislukt?) thuis bij de dienstenrichtlijn. Sp.a zegt neen, betaling van in het buitenland verkregen medische verzorging hoort thuis bij de Europese regelgeving over coördinatie van sociale zekerheidsrechten. Klinkt logischer, toch?



  1. WELKE SECTOREN WORDEN BEDREIGD DOOR DE DIENSTENRICHTLIJN?


Op welke manier worden uitzendkantoren bedreigd door de dienstenrichtlijn?

In België zou vooral de uitzendsector bedreigd worden door de bepalingen uit de Bolkestein-richtlijn. In België moeten uitzendkantoren vooraleer ze erkend worden, een storting in een sociaal waarborgfonds beloven (als bescherming van werknemers bij een faillissement). ... Als België een screening maakt van zijn erkennigsvoorwaarden voor uitzendkantoren, zal dat door de Europese Commissie ongetwijfeld als discriminerend en belemmerend gezien worden. De Belgische sociale clausule die werknemers van een failliet bedrijf beschermt, komt zo onder druk te staan. Nederlandse interim-kantoren kunnen hun diensten hier zonder die bijkomende voorwaarden komen leveren. De deuren staan wagenwijd open voor malafide dienstverlening door louche kantoren.


Nog een voorbeeldje uit de interim-sector? Een Belgisch uitzendkantoor moet verplicht een handelsvennootschap zijn. Dit houdt veel bijkomende verplichtingen in op vlak van kapitaal en aansprakelijkheid. Weg daarmee, zullen de andere lidstaten zeggen. Hier zijn we met onze goedkopere uitzendkantoren. Want ook hierin verliest elke lidstaat veel van zijn soevereiniteit. Door het 'peer review'-beoordelingssysteem zal elke lidstaat commentaar kwijt kunnen op de vergunningscriteria van andere lidstaten. Worden die als te belemmerend of discriminerend beschouwd, weg ermee! De sociale gedachte achter het waarborgfonds voor interim-kantoren wordt gewoon weggelachen. Hoe minder sociale ballast, hoe liever, lijkt de overheersende gedachte.


In zo'n systeem bestaat het risico dat andere lidstaten ‘onze’ erkenningcriteria als zwaar belemmerend zullen beschouwen. De druk om die terug te schroeven zal verschroeiend werken. Een voorbeeldje: 6 jaar geleden besloot Nederland om het licentie(erkennings)systeem voor uitzendkantoren af te schaffen. Die sector is rijp genoeg voor de vrije markt, dachten de autoriteiten. Heel recent zijn onze noorderburen teruggekeerd op hun beslissing. Reden? Teveel fraude door malafide arbeidsbemiddelaars. Door het gebrek aan reglementering en goed sluitende controle waren er in 2003 in Nederland 6700 grijze interim-bedrijven, die ongeveer 100.000 werknemers tewerkstellen. Samen zouden ze jaarlijks voor om en bij de 150 miljoen euro aan belastingen en sociale bijdragen omzeilen.


Op welke manier bedreigt Bolkestein onze gezondheidszorg?

Het opnemen van de gezondheidszorg in het voorstel van Bolkestein, zou wel eens de grootste etterbuil uit de tekst kunnen zijn. We toonden eerder al aan dat heel wat sectoren simpelweg niet klaar zijn voor vrijmaking. Bovendien kunnen voor sp.a een aantal sectoren, diensten van algemeen belang sowieso niet door de liberaliseringsbeugel. Bolkestein ziet de verzorging en verpleging van zieke mensen als een klassieke, commerciële dienst. Nochtans staat in het EU-verdrag duidelijk dat iedere lidstaat patiënten een hoogstaande en kwaliteitsvolle zorgverpleging moet garanderen in een financieel levensvatbare gezondheidszorg. Toch wel heel strenge eisen om die sector zo maar los te laten op de vrije markt. Zorg voor en verpleging van zieke mensen zijn geen klassieke, commerciële diensten als het smeren van een broodje kaas of het vervoeren van soep!


Gezondheidszorg staat in de Bolkestein-richtlijn, dus zou ook hier het vrij vestigingsrecht gelden. "In het kader van administratieve vereenvoudiging," is de uitleg van de Commissie. Nog eens: sp.a heeft geen probleem met administratieve vereenvoudiging en het invoeren van een e-loket (uniek loket) voor het afhandelen van de administratieve procedures. Maar sp.a heeft de allergrootste moeite met het feit dat het vrij vestigingsrecht ook inhoudt dat ons land een screening moet doen van alle vergunningscriteria en erkenningscriteria voor artsen en ziekenhuizen, voor chirurgen en praktijken, voor verplegers en zorgactiviteiten, goed wetende dat het Belgisch systeem een complex compromis is van de verschillende breuklijnen in ons land (de verschillende gemeenschappen, de verschillende ziekenfondsen, de verschillende zorgverleners, de verschillende overheden). Als over enkele jaren onze regelgeving voor ziekenhuizen op de helling komt te staan, omdat een Pools ziekenhuis, dat zich in België wil komen vestigen, vindt dat de Belgische regels voor het krijgen van een vergunning te streng zijn, dan wordt niemand daar beter van. Niet de Belgische patiënten, niet de Belgische ziekenhuizen, niet de Poolse firma die wil investeren, niet de samenwerking in de Europese Unie. De enigen die hier een vette kluif aan zullen hebben zijn advocaten. Van de grote rechtsonzekerheid die Bolkestein met zich meedraagt, worden alleen advocaten rijker!


De Belgische gezondheidssector wordt wel degelijk ernstig bedreigd door de Bolkestein-richtlijn. In België worden aan ziekenhuizen heel wat erkenningsvoorwaarden opgelegd. Heel wat van die voorwaarden worden bedreigd door het beoordelingssysteem dat in de Bolkestein-richtlijn zit. België zal een lijst met criteria moeten maken voor haar gezondheidssector en zal zich daarna tegenover de andere lidstaten moeten verdedigen (!?) waarom in België ziekenhuizen financieel gezond moeten zijn, best geografisch gespreid zijn, geen verplichting mogen hebben om winst te maken (VZW zijn), aan CAO's tussen zorgverleners en ziekenfondsen gebonden zijn, een minimum aantal werknemers moeten hebben om genoeg patiënten te kunnen verplegen,..... Volgt u nog? Klinkt deze redenering niet idioot? Nog eens: België zal zich moeten verantwoorden voor het opleggen van strenge erkenningscriteria voor ziekenhuizen. Logische conclusie? Sp.a zal nooit toestaan dat de gezondheidszorg wordt opgenomen in de Bolkestein-tekst.


Twee (louter hypothetische) voorbeeldjes om ons ongenoegen en onze verontwaardiging aan te tonen. Martius Zyworczik, met diploma van apotheker op zak, komt uit Warschau naar België en wil hier in het centrum van Aalst een eigen apotheek oprichten. Hij vraagt een vergunning aan het RIZIV. Die weigert de brave man een vergunning omdat Aalst het aantal wettelijk toegelaten apotheken (in het kader van geografische spreiding) heeft overschreden. Martius moet wachten tot ergens in Aalst een apotheek verdwijnt en dan zijn aanvraagprocedure opnieuw opstarten. Maar Martius heeft daar geen zin in en dient klacht in tegen België bij het Europees Hof van Justitie wegens discriminerende maatregelen. Martius voelt zich benadeeld. Zal het Hof hem gelijk geven? We kunnen niets voorspellen, maar we kunnen enkel bang zijn dat er rond dit en duizenden andere hypothetische voorbeelden een sfeer van enorme rechtsonzekerheid hangt. En moeten we het nog herhalen: ook in dit (louter hypothetische voorbeeld) zullen alleen de advocaten hun boterham goed verdiend hebben.


Nog eentje om het af te leren. Nigel Collins, Brits chirurg, heeft zijn zinnen tijdelijk gezet op de Belgische markt. Hier is in de lente minder concurrentie dan op de Britse markt en kan hij veel sneller een veel meer klanten bedienen. Op zijn website laat hij weten dat hij in een Oostends ziekenhuis mét eigen verplegend personeel én eigen materieel goedkopere operaties kan uitvoeren. Collins komt echter te weten dat als hij in Oostende een operatie wil uitvoeren, hij gebruik moet maken van Belgische apparatuur (scanner, rolstoel, ...). Het is precies door de goedkopere Britse apparatuur dat Collins in België wil komen opereren. Vlug gebeurd: klacht tegen België wegens inbreuk op het oorspronglandbeginsel. Want in UK mag je wel om het even welke apparatuur gebruiken. Bolkestein is er, dus in Oostende moet dat ook kunnen. Zal het Hof van Justitie de België dwingen zijn wetgeving volledig in te dijken en uit te hollen ten voordele van (vaak minder kwaliteitsvolle) buitenlandse dienstverleners? Zekerheid hebben we niet, maar onze Belgische wetgeving wordt hoe dan ook serieus bedreigd door Bolkestein. Een sp.a-zekerheid hebben we wel: uithollen van een wetgeving is nooit een optie voor betere dienstverlening.


De mogelijke gevolgen van Bolkestein voor onze gezondheidszorg kunnen dus heel erg ver gaan. Let wel: dit is geen nieuw proces. België moest eerder al inbinden bij enkele wetten. De bestaande regelgeving in de gezondheidszorg wordt dus al een tijdje getoetst aan de Europese criteria van niet-discriminatie en proportionaliteit. Heel recent nog oordeelde het EU-Hof dat de Belgische regels voor terugbetaling van rolstoelen door de sociale zekerheid belemmerend zijn voor de vrije markt. De Bolkestein-richtlijn zal dit proces nog versnellen en dreigt onze wetgeving op alle vlakken verder uit te hollen. Het voorstel zet namelijk een grondige rem op nieuwe nationale regelgeving, door de ruime toepassing van het oorsprongslandbeginsel. Bolkestein toetst wetgeving enkel aan economische criteria en voor sp.a kan dit niet! Minimale kwaliteitsnormen moeten er sowieso ook komen! De voorbeeldjes toonden al aan: rechtsonzekerheid troef! Enkel voer voor advocaten! Is dit het begin van het einde? De Bolkestein-trein met eindbestemming: Chaos!


Geldt dezelfde bedreiging ook voor onze welzijn- en zorgsector?

Wat de welzijn- en zorgsector betreft, wordt in de eerste plaats het subsidiebeleid van Vlaanderen bedreigd. Vlaanderen geeft in haar zorgbeleid een belangrijke plaats aan verschillende non-profitorganisaties, die jaarlijks op subsidies kunnen rekenen. De vraag die na goedkeuring van de Bolkestein-richtlijn onomkeerbaar wordt, is: mag Vlaanderen haar subsidies wel beperken tot non-profitorganisaties? Bovendien zullen ook de uitgebreide vergunningscriteria en opgelegde kwaliteitsstandaards met een vergrootglas worden bekeken. En tot wat kan dit leiden? Lagere kwaliteitsnormen en het einde van de non-profitorganisaties in de welzijnssector! Mijnheer Bolkestein: zit daar eigenlijk iemand op te wachten?


Geldt dezelfde bedreiging ook voor de arbeidsbemiddeling?

Ook de VDAB wordt ernstig bedreigd door de Bolkestein-richlijn. Vandaag legt de Vlaamse overheid - opnieuw een probleem, want hoe verhoudt Bolkestein zich tot het geregionaliseerde kluwen in België - heel wat strikte eisen op aan kantoren die aan arbeidsbemiddeling willen doen. Zo moet een arbeidsbemiddelend kantoor in Vlaanderen werknemers van een failliete onderneming opvangen (decreet op het herplaatsingfonds). Wie belooft de Belgische werknemers dat het Europese Hof van Justitie dit reglement niet als belemmerend zal zien voor de vrije markt (zoals de rolstoelvoorwaarden)? De VDAB wordt ook bedreigd in haar systeem van opleidingscheques. Organisators van opleidingen moeten aan een strikt aantal kwaliteitseisen voldoen en dan pas kan er sprake zijn van opleidingscheques of opleidingsvergoedingen. Een open vraag blijft echter: wat als een opleiding tot kraanman in Litouwen aan minder strenge criteria moet voldoen dan in Vlaanderen? Moet Vlaanderen haar eisen dan lager stellen? Moet Vlaanderen haar wetgeving verder uithollen? Mag Vlaanderen whatsoever eigenlijk nog wel de bevoegdheid claimen om opleidingscheques te koppelen aan kwaliteitseisen voor de opleidingen? (dit laatste komt onder druk door de Bolkestein-eis dat vergunningen voor het volledige nationale grondgebied moeten gelden). Veel vragen, de woorden die we onthouden blijven dezelfde: rechtsonzekerheid, voer voor advocaten, uitholling, schandalig!


Bedreigt Bolkestein ons onderwijs?

Met de arbeidsbemiddeling komen we meteen in de buurt van de onderwijssector. En daar hebben we voor een keer het Europees Hof van Justitie mee. De richtlijn van Bolkestein kan toch niet op het onderwijs slaan, dat georganiseerd wordt door de overheid. Het kan niet dat andere lidstaten zich druk maken over bepaalde voorwaarden die de Belgische staat oplegt aan onderwijsinstellingen. Want een staat - volgens het Hof van Justitie - vervult hiermee zijn sociale, culturele en opvoedkundige taak, wat - voor een keer kijken we hoopvol naar de tekst van Bolkestein - als een uitzondering beschouwd kan worden voor de vrijmaking ervan. Laten we de EU-rechtspraak dus maar geloven: in geen geval kan er sprake zijn van onderwijs in de Bolkestein-richtlijn. Daar verzet sp.a zich tegen.


Waarom wil sp.a ook de beveiligingssector uit de dienstenrichtlijn?

Laten we nog eens onze verbeelding werken om de non-sens van Bolkestein aan te tonen. Stel: de firma Moens uit Antwerpen zit met een veiligheidsprobleem. Directeur Moens vindt op een website reclame van een Litouwse beveiligingsfirma en besluit het erop te wagen. Hij huurt vijf Litouwse bewakingsagenten tijdelijk in. Bolkestein volgend, blijven de vijf tijdens hun verblijf in België onderworpen aan (ongetwijfeld minder strenge) Litouwse criteria van selectie, opleiding en gedrag. Als blijkt dat onze vijf Belgische veiligheidsregels overtreden, zonder hun eigen Litouwse regels te overtreden (misschien zelfs uit onwetendheid), zitten we met een probleem. Ten eerste, waarom mogen zij wat Belgische veiligheidsagenten niet mogen? En ten tweede, wie controleert dit boeltje? Beveiliging ligt zo dicht bij openbare veiligheid, dat we ons best niet wagen op het pad van vrijmaking zonder dat er op Europees niveau eerst voldoende geharmoniseerd is. Same old story, dus!



  1. Het gevecht tegen de Bolkestein-richtlijn


Hoe verloopt de strijd voor een rechtvaardige (sociaal gecorrigeerde) dienstenrichtlijn?

Sp.a verzet zich luidkeels tegen de ontwerprichtlijn en wil duidelijk maken aan de mensen waar het voor staat. De strijd verloopt op verschillende fronten. Er is de roep van de straat – op 12 mei kwamen 60 000 mensen op straat voor een sociaal Europa – waar sp.a zich heeft bijgeschaard. Er is ook de politieke procedure. Ondanks druk van verschillende kanten, heeft Commissievoorzitter Barosso tot nog toe geweigerd om de ontwerprichtlijn van Fritz Bolkestein – uit de Europese Commissie – terug te trekken. “Laat de parlementaire Europese procedure zijn werk gaan,” meent Barosso. De onwil van de voorzitter van de Europese Commissie gaf heel wat (onjuiste) voorzetten voor tegenstanders van de EU-Grondwet naar aanleiding van de referenda in Frankrijk en Nederland. Sommigen dachten zich tegen Bolkestein te kunnen uitspreken door nee te zeggen aan de Europese Grondwet. De Europese Commissie zweeg. Een foute inschatting!!


Proceduregewijs: de dienstenrichtlijn is een richtlijn als een ander!

De dienstenrichtlijn is een gewone Europese ontwerprichtlijn die onder de codecisieprocedure valt. Dat wil zeggen dat het voorstel van de Europese Commissie eerst langs het Europees Parlement moet passeren. Dan kunnen de bevoegde Europese ministers hun zegje doen. Pas wanneer de drie instellingen – eventueel na een tweede of derde lezing – tot een compromis komen, is er een Europese richtlijn die na publicatie binnen een aantal jaar omgezet moet zijn in de nationale wetgeving van de verschillende lidstaten van de Europese Unie. Ook de dienstenrichtlijn dus. Bolkestein kwam er met zijn voorstel in januari 2004. Eind vorig jaar onderzocht het Europees Parlement de mogelijke implicaties van de richtlijn door verschillende hoorzittingen te organiseren. In het voorjaar van 2005 volgde dan de bespreking in de verschillende commissies van het Europees Parlement. De moeilijkheidsgraad van de richtlijn (en de logische politieke onenigheid) zorgde voor een enorme vertraging in de procedure waardoor het Europees Parlement zich pas in januari 2006 een eerste keer zal uitspreken over de dienstenrichtlijn.


Hoe pakt sp.a de strijd aan in het Europees Parlement?

Anne Van Lancker is rapporteur voor de dienstenrichtlijn in de commissie Sociale Zaken. Die commissie is doorslaggevend voor wat – voer voor juristen – de sociale onderdelen van de richtlijn betreft. Het overige wordt vastgelegd in de commissie Interne Markt waarin Mia De Vits zetelt. De rapporteur in die hoofdcommissie is ook van sociaal-democratische stempel, de Duitse Evelyne Gebhardt. De sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement maakte van meet af aan duidelijk wat moest veranderen aan de ontwerprichtlijn: het principe van het land van oorsprong mocht niet het centrale principe van de richtlijn zijn, zoals de Commissie voorstelde; het toepassingsgebied moest ingrijpend verengd worden, want noch de publieke sector en gezondheidszorgen, noch de diensten van algemeen economisch belang mochten onder dit voorstel vallen; de dienstenrichtlijn mocht geen afbreuk doen aan de regelgevende autonomie van de lidstaten en alle detacheringsbepalingen ten slotte moesten rechtstreeks onder de detacheringsrichtlijn blijven.


Wat staat in het rapport van Anne Van Lancker?

Ze maakt in haar rapport komaf met de onduidelijkheden waar Bolkestein in zijn oorspronkelijke voorstel mee kwam opdraven. Dus blijven de arbeids-en sociale zekerheidswetgeving en de CAO's in alle lidstaten altijd voorrang krijgen. Tweede pijnpunt is het bijna onbeperkte toepassingsgebied van de dienstenrichtlijn, dus moeten sectoren van publieke dienstverlening daar zeker van tussenuit. De lidstaten mogen zelf bepalen wat zij zien als zo'n diensten van algemeen belang. Gezondheidszorg bijvoorbeeld is geen commerciële dienst, maar een publieke dienstverlening en wordt dan ook expliciet buiten het toepassingsgebied gehouden. Daarnaast wil ze ook uitzendkantoren, privé-bewaking en de audiovisuele sector uit de richtlijn houden. Het principe van land van oorsprong – dat toelaat dat het Nederlandse uitzendkantoor enkel de lakse Nederlandse regels moet volgen als het in België tijdelijk werknemers aan het werk zet – holt Van Lancker volledig uit in haar rapport. Enkel als er op EU niveau een minimumpeil van harmonisering bestaat of op zijn minst in elke lidstaat vergelijkbare voorschriften gelden, kan dit principe gelden. Haar rapport stelt ook duidelijk dat de dienstenrichtlijn niet van toepassing kan zijn voor de detachering van werknemers. De bestaande detacheringsrichtlijn legt al minimumnormen op voor buitenlandse tijdelijke werkkrachten bij ons. Van Lancker heeft ook opmerkingen op het screeningsproces dat de lidstaten moeten maken van hun vergunningsvoorwaarden die gelden voor wie zich op hun grondgebied wenst te vestigen. Jammer genoeg heeft de commissie Sociale Zaken in het Europees Parlement niet het definitieve oordeel over alle verschillende onderdelen van de richtlijn.


Wat staat in het rapport van Evelyne Gebhardt?

Stemming op 22 november


Wat staat in het advies van het Europees Parlement?

Stemming in februari 2006


En de verdere strijd?

...




sp.a ziet de richtlijn Bolkestein in haar oorspronkelijke vorm dus helemaal niet zitten. Deze richtlijn zou in alle Europese lidstaten vrij verkeer van diensten toelaten.


Vooral het oorspronglandbeginsel kan voor ons niet door de beugel. Volgens dat beginsel zou zoals eerder aangetoond bijvoorbeeld een uitzendkantoor uit Nederland of een bouwbedrijf uit Litouwen in België aan de slag kunnen zonder de Belgische regelgeving te volgen. De regels uit het land van oorsprong blijven immers gelden. De dienstenrichtlijn kan op die manier ons bestaand sociaal model helemaal onderuit halen. Dat hebben we proberen aan te tonen met verschillende voorbeelden.


We willen gerust verder discussiëren over hoe ver vrije dienstverlening kan gaan, maar dan wel zonder onze gezondheidszorg en sociale dienstverlening in gevaar te brengen.


spacer
Annes Nieuws
FAQ
Biografie
Links
Zoeken
Nieuwsbrief
Fotogalerij
Contact
PES

hartgentblog

spablogt
spacer spacer spacer spacer spacer spacer
spa